Gedicht ‘Ze leven nog’


Ze leven nog


Tijdens ‘Herinnering Verlicht‘ op de Nieuwe Oosterbegraafplaats heb ik als Witte Dichter dit gedicht ‘Ze leven nog’ tientallen keren voorgelezen en weggegeven. Mensen werden er stil van en raakten ontroerd. Ook had ik mooie gesprekjes met allerlei onbekenden over ouders en over dementie. Onder andere met twee vrouwen die in een verzorgingshuis werken. Met liefde, voegden ze toe.


‘Ze leven nog’, het gedicht dat ik speciaal voor deze avond schreef

Mijn ouders in het verzorgingshuis

Ook was het heel aangenaam om samen te zijn met andere Witte Dichters, een gelegenheidsformatie voor deze speciale avond over rouw en verwerken. Af en toe deed ik een duo-optreden met een andere Witte Dichter, onder andere met Gerard Beentjes, Ineke Holzhaus, Frans Terken en Dien L. de Boer. Het was de geweldige Jos van Hest die ons bij elkaar heeft gebracht. Ik heb ze niet allemaal op een rijtje, de namen, maar we hebben nog lang nagepraat.


Schrijven met bijzondere groepen


Schrijven met bijzondere groepen

Als Mevrouw Schrijftaal geef ik graag workshops aan kinderen en volwassenen. Na afloop van een poëzieworkshop in een bibliotheek werd me gevraagd een soortgelijke workshop te geven in de ambulante psychiatrie. Ik deed het met veel plezier en de deelnemers genoten van deze mogelijkheid om zich te uiten. ‘Waarom doen we dit niet vaker?’ hoorde ik zeggen. Ik werd teruggevraagd, later ook op andere locaties. Deelnemers, begeleiders en ikzelf verlieten steeds positief geladen de workshops. Deelnemers met een compleet gedicht, stof tot nadenken of ruw materiaal om mee verder te werken; begeleiders vanwege een totaal andere manier van ‘werken’ met cliënten en ik als docent met de verzekering dat ik op het gebied van schrijven met bijzondere groepen echt iets te bieden heb.

Mijn ervaring en vaardigheden

In deze tekst wil ik toelichten wát ik dan zoal te bieden heb, en waarom het een goed idee is om binnen de psychiatrie of in andere kwetsbare groepen zulke creatieve mogelijkheden te bieden.

  • Sinds 2010 heb ik als schrijfdocent al veel cursisten en dichters begeleid. Ik geef inzicht in de verschillende fasen van het schrijfproces en beschik over voorbeelden, oefeningen en gereedschap om tot mooie gedichten en andere teksten te komen.
  • Ik ben iemand die verschrikkelijk graag mensen aanmoedigt om iets te leren en om iets te creëren. Terwijl ze oefenen om hun onzekerheden en ‘kritische ik’ uit te schakelen, laten ze hun eigen ‘stem’ vrij in de teksten die ze schrijven.
  • Ik heb een veilige uitstraling. Voor mij persoonlijk is veiligheid een belangrijk gegeven en door langdurige ervaring in de hulpverlening weet ik hoe belangrijk een veilige omgeving is voor cliënten. Lees ook de blogteksten over 13 jaar werken in de vrouwenopvang. Daarnaast heb ik ervaring met taallessen en voorlichting over gezond leven aan nieuwkomers, vaak vluchtelingen.
  • Ik schrik niet van problemen. Dat heeft met bovenstaande ervaring te maken. Het betekent ook dat ik geleerd heb om niet op alle prikkels en signalen in te gaan, zeker niet als die niet met de inhoud van de workshop te maken hebben.
  • Doordat ik veel met groepen heb gewerkt, ben ik goed in het bewaken van de tijd en het proces in de groep.

Dit is het moment om te benadrukken dat ik geen therapie geef, maar workshops en cursussen waarin mensen zich door middel van de taal kunnen uitdrukken. Waarbij ik ervan overtuigd ben – ook door eigen ervaring – dat creatief schrijven een heilzame werking heeft. Elders op deze website ga ik wat dieper in op dit heilzame of therapeutische effect.


Zichzelf verrassen

Bij creatief schrijven verrassen mensen zichzelf vaak met wat er – als vanzelf – uit hun pen komt. ‘Ik wist niet dat ik het in me had’, hoor ik vaak tijdens mijn lessen en workshops. Met de juiste thema’s en aanmoediging worden gedachten en herinneringen aangeboord waarvan de schrijvers zich niet of nauwelijks bewust waren. Er komen woorden en zinnen naar boven die beeldend en krachtig zijn. Zelfs een nare herinnering kan mooie teksten opleveren.

Een voorbeeld dat me bij is gebleven: naar aanleiding van het thema ‘Vrijheid’ gebruikte één deelnemer in haar gedicht het woord ‘vrijgevochten’ en een andere kwam met ‘onbevochten’. beide woorden waren raak gekozen, hoe tegenstrijdig ook. Het luisteren naar zulke taaluitingen levert interessante nabesprekingen en feedback op.

Verwerken op twee manieren

Gaat het in de workshops dan altijd om verwerken? Nee en ja. Zoals ik hierboven schets, is het schrijven van een gedicht of andere korte tekst een plezierige en verrassende gebeurtenis op zichzelf. Voor de workshops kies ik geen zware of beladen thema’s, maar onderwerpen waarmee de deelnemers veel ruimte hebben voor een eigen invulling, zoals het genoemde ‘vrijheid’, ‘ontmoeting’ of ‘herinneringen’. Ik neem altijd concrete voorwerpen mee voor een zintuiglijke ervaring als prikkel. Denk hierbij aan alle zintuigen, dus niet alleen kijken en luisteren, maar ook geur, smaak en tastzin.

Een ‘bijproduct’ van schrijven kan emotionele verwerking zijn. Ik zie die verwerking op twee manieren:

  1. verwerken ván: vat krijgen op, woorden geven aan (negatieve) emoties, die daardoor beter hanteerbaar worden
  2. verwerken tót: uit de op gang gebrachte woordenstroom de krachtige woorden, beelden en zinnen halen om er een interessante, rakende tekst mee te maken. De kunst is om deze emoties (positief én negatief) niet te benoemen, maar door de taaluiting, klanken, beeldspraak, concrete details óp te roepen.

Voorbeeldgedicht workshop met als thema Vrijheid

Er zijn ook onderwerpen die deelnemers aanmoedigen om met elkaar in gesprek te gaan. Zo gaf ik bij Platform-C in Amstelveen een schrijfworkshop met als onderwerp ‘ontmoeting’. Naast geschreven portretten leverden de opdrachten interessante gespreksstof op. Deelnemers gingen volop in dialoog de deur uit.

Workshops op maat aan speciale doelgroepen

Net als bij de deelnemers aan de workshops, smaakt het bij mij naar meer. Ik zou graag vaker maatwerk leveren. Ben je werkzaam in de psychiatrie, hulpverlening of met andere bijzondere of kwetsbare groepen en geïnteresseerd in een poëzieworkshop, of een andere schrijfworkshop op maat? Neem dan contact op via schrijftaal@ziggo.nl of bel 06 – 4630 7175 voor meer informatie. Er is veel mogelijk, we kunnen de workshop afstemmen op jouw wensen en die van de groep. Denk hierbij aan een passend onderwerp, maar ook aan het niveau van taalvaardigheid.


Obstakel, deel II

Het vervolg op deel I

II

Ik kan eroverheen, ik weet het zeker. Voor me in de rij staan nog vier meisjes in witte T-shirts en blauwe flanellen broekjes. Eén voor één nemen ze een aanloop en springen met gemak over de bok. Meester pakt elk meisje even vast. Eén hand op de rechterarm, de andere op de rug. ‘En de volgende!’ roept hij. Het ziet er zo makkelijk uit. Lichte meisjes vliegen over het toestel, geholpen door een houten springplank en een duwtje van de gymleraar. Ik kan dat ook, dat weet ik zeker.

Ik neem een aanloop, vol gas richting springplank, bok en de handen van de meester. Rennen kan ik als de beste. Meestal ren ik weg, maar nu ren ik ergens heen. Het ziet er goed uit, een meisje van elf dat als een getraind paard richting hindernis draaft. Het is mijn beurt. Ik ruik het leer en de geur van zweethanden. Ongeveer dertig centimeter voor het leren toestel met vierkante houten poten stop ik, abrupt. Mijn vooruitgestoken armen landen niet bovenop maar tegen de voorkant van het leer, mijn handen plat als een schild voor mijn borst. Ik bots met mijn volle gewicht tegen het toestel. Het wankelt even, de meester houdt het tegen. Dan maakt hij met een lollig gezicht zijn beweging af, alsof hij een onzichtbaar meisje over de bok helpt. Zijn smalle puntige neus is een scherp potlood dat een wijde boog tekent, naar het plafond en weer terug. Gegrinnik in de groep.

Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Ik ben geen weigerend paard, wíl er echt overheen en ben er tot op het laatste moment van overtuigd dat ik eroverheen ga, maar dan.. bam. Geblokkeerd.

‘Als je er dan echt niet overheen gaat, dan ga je er maar onder zitten’, zegt de gymleraar. ‘Houd de poten vast terwijl de anderen eroverheen springen’. Weigeren komt niet in me op. Ik ga zitten in een tentje met een lederen dak en houten stokken. Ik zie de benen van de meester in de blauwe trainingsbroek met witte zijstrepen. ‘Volgende!’ roept hij. Ik hoor ze één voor één naar me toe rennen met hun blote voeten op het bruine linoleum. Ik voel de grond trillen en hoor ze afzetten op de springplank. Ze springen allemaal over mij heen. Ik zie de blote benen in blauwe gymbroeken boven me en voel het gymtoestel wankelen. Ik houd de poten stevig vast, dat is mijn taak. ‘Goed zo!’ en ‘Prima!’ zegt hij tegen mijn klasgenoten.


Obstakel, deel I

Obstakel

I

Ze kan er niet langs. Ze is nooit sportief geweest, maar haar benen doen het goed en ze houdt van doorlopen. In de natuur slentert ze en neemt  de tijd om bloemen en insecten te bekijken. Het is weleens voorgekomen dat een berggids haar niet wilde meenemen op een tocht omdat ze de groep zou ophouden. Ze heeft haar jankend toegeschreeuwd: ‘Ik ben hier niet op trainingskamp maar op wandelvakantie. Verzin iets anders!’ Een ander groepslid zei: ‘Wat kan jij goed voor jezelf opkomen!’ Dat is ook voor het eerst.

Als ze een doel heeft, loopt ze sneller. Van meelopers krijgt ze vaak de vraag of het wat langzamer mag. Nu loopt ze op een smalle strook tussen geparkeerde auto’s en een gracht. Voor haar loopt een man met een rollator. Hij maakt een extreem trage slingerbeweging, van links naar rechts en weer terug. Ze komt er maar niet langs. Een oefening in geduld, de man kan er ook niets aan doen. De oude handen van de man knijpen krampachtig in de handvatten van het blauwe looprek. Dat zijn de remmen, knuppel, denkt ze. Het schiet maar niet op.

Ze bewaart haar geduld met moeite en gaat rechts van hem lopen, op het randje van de kade. ‘Meneer, u knijpt in de remmen, zo komt u niet vooruit.’ Hij kijkt haar wezenloos aan. Midden op het haarloze hoofd staat een scherpe neus, die als een potlood vooruitsteekt. Haar beweging stokt even, dan wil ze omkeren en weglopen, weg van deze man. Hij sukkelt verder in zijn gestremde tempo.

Diep ademhalen en een aanloop nemen. Met een paar snelle passen komt ze deze keer links van hem. Ze geeft hem een harde zet richting gracht. Zijn mond valt open, hij knijpt nog harder in de handremmen en hij en zijn looprek kantelen samen als een in het water gekieperd winkelwagentje. Ze klopt zichzelf op de schouders. ‘Goed zo! Prachtig!’ zegt ze, tevreden.


Wordt hier vervolgd

‘Natúúrlijk is het therapeutisch!’

‘Natúúrlijk is het therapeutisch’


Ik ben ervan overtuigd dat (creatief) schrijven een positief effect heeft op de stemming en de mentale gezondheid. Uit eigen ervaring en die van anderen weet ik dat schrijven als vorm van expressie helpt bij het verwerken van vervelende ervaringen. Het creëren op zich, of het nu schrijven, schilderen of beeldhouwen is, is een proces dat veel voldoening geeft. Een product of eindresultaat kan een trots of blij gevoel geven. Daar is een klein wonder gebeurd. Maar het heilzame effect gaat verder dan dat. Je zou dat effect ook therapeutisch kunnen noemen. In de wereld van schrijvers stuit dat nogal eens op weerstand.

Geheimpje

Na een lange periode gewerkt te hebben in de hulpverlening én na een vervelende ziekte begon ik voor mezelf als schrijfdocent. Ik wilde meer weten over dat therapeutische effect van schrijven. Ook was me opgevallen dat er schrijvers zijn die dit effect zó hard ontkennen, dat het verdacht wordt. Daarom  heb ik hierover een vraag gesteld aan Pat Schneider, een doorgewinterd schrijfdocent, oprichter van een schrijfschool en auteur van onder andere het handboek ‘Writing alone and with others’.

‘Kan schrijven therapeutisch zijn?’ vroeg ik haar. Het antwoord: ‘Natúúrlijk is het therapeutisch, maar dat zeggen we niet, anders zijn we de helft van onze klanten kwijt’. Een fijn antwoord, een fijn ‘geheimpje’.


De bronafbeelding bekijken
Pat Schneider, oerschrijfdocent en auteur van ‘Writing alone and with others’

Literatuur en wetenschap

Ook in de literatuur vond ik bevestiging voor het feit dat schrijven heilzaam is en goed voor de mentale gezondheid. Lees bijvoorbeeld dit artikel uit Psychology Today.

James W. Pennebaker, pionier op het gebied van schrijftherapie

De neurowetenschappelijke basis voor het therapeutische effect van schrijven als expressie komt er kortgezegd op neer: door het schrijven over vervelende of schokkende ervaringen is het mogelijk meer grip te krijgen op de emoties die bij zulke ervaringen horen. Er worden andere gebieden in de hersenen geactiveerd.

Amygdala

Emotionele herinneringen worden in de amandelkern (amygdala) in het brein opgeslagen. Bij het schrijven gebruik je onder andere de prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat bij rationeel denken en het oplossen van ingewikkelde problemen wordt gebruikt. Tijdens het schrijven over deze traumatische en andere heftige herinneringen verschuift de hersenactiviteit min of meer naar ‘rationelere’ gebieden. Er is dus een neuropsychologische basis voor het verwerken van heftige emoties door te schrijven!

Er is meer onderzoek gedaan, dat deze bevindingen bevestigt. Ik vermeld hier nog twee bronnen: Een overzicht van wetenschappelijke onderzoeken naar de gezondheidseffecten van schrijven. En een artikel uit ons eigen taalgebied.

In therapie bij traumaverwerking worden, naast EMDR en andere technieken ook met succes schrijfopdrachten gebruikt om de overweldigende emoties de baas te worden.

Blij worden

Ik vind het belangrijk te zeggen dat ik in mijn workshops geen therapie geef. Toch is het waardevol deze kennis in het achterhoofd te hebben bij het lesgeven aan mensen in kwetsbare groepen, zoals de ambulante psychiatrie. Uit ervaring weet ik dat veel mensen erg blij worden van het uitvoeren van creatieve schrijfopdrachten. Ze smaken naar meer. In een volgend stuk zal ik hier dieper op ingaan.


‘Woordvangers’ in het basisonderwijs


Als Mevrouw SchrijfTaal begon ik enkele jaren geleden met ‘Woordvangers’. Toen was het nog een naschools programma voor creatief schrijven. Nu heb ik ‘Woordvangers’ ontwikkeld tot een volwaardig onderschools programma. Ik kom drie keer in de klas. De lessen duren vijf kwartier tot anderhalf uur. Met de school spreek ik de duur van de lessen af.

Verbeelding

`Woordvangers’ zijn kinderen die op een speelse manier leren hun verbeelding in te zetten bij het schrijven van korte teksten. Denk hierbij aan verhaaltjes en gedichten. Samen lezen we inspirerende voorbeelden. Woordvangers krijgen diverse zintuiglijke prikkels aangeboden en leren op verschillende manieren associëren. Verder leren ze samenwerken, hun eigen teksten presenteren en elkaar opbouwende feedback geven.


'Woordvangers' in groep zes van basisschool het Palet in Nieuw-Vennep. Het thema was reizen
‘Woordvangers’ in groep zes van basisschool Het Palet in Nieuw-Vennep, thema ‘Reizen’.

Voor elke ‘Woordvanger’ wat wils

De meeste kinderen beleven veel plezier aan de verschillende aspecten van creatief schrijven. Sommige gaan helemaal los op het voorlezen, andere op zelf schrijven. Weer andere kinderen zijn sterren in samenwerken of feedback (tops en tips) geven. In ieder geval leren ze vrijer en flexibeler met taal om te gaan. Heel anders dan bij de ‘gewone’ taallessen. Plezierig en leerzaam kunnen echt samengaan!

Thema’s

Ik werk graag aan de hand van een thema. Het geeft de kinderen houvast en de lessen richting. Het thema kan te maken hebben met de Kinderboekenweek of een ander actueel onderwerp. Als school kunt u ook zelf een thema opgeven. Het programma wordt op maat gemaakt. Ik zorg voor passende voorbeelden en opdrachten die bij het thema aansluiten. Zo vormt het thema een rode draad in de lessen.

Het thema van de Kinderboekenweek 2019 is ‘Reis mee!’ Dit jaar maken de Woordvangers daarom een avontuurlijke reis door het Land van Taal. Zo’n reis kan verrassend mooi of grappig zijn, griezelig of juist een beetje verdrietig. Niks is verkeerd, want ieder kind heeft eigen verhalen te vertellen. Mevrouw Schrijftaal helpt ze de woorden daarvoor te vangen.


'Reis mee?' is het thema van de Kinderboekenweek 2019, dus ook van 'Woordvangers' in groep zes van het Palet.
‘Reis mee!’ is het thema van de Kinderboekenweek 2019, dus ook van ‘Woordvangers’

‘Woordvangers’ aanvragen

Als leerkracht in de Haarlemmermeerpolder kunt u Woordvangers aanvragen via de Edutheek Haarlemmermeer. Leerkrachten van basisscholen in andere regio’s kunnen direct contact opnemen met Mevrouw SchrijfTaal. Ik ben gecertificeerd schrijfdocent en heb veel ervaring met begeleiding van kinderen en volwassenen. Met plezier kom ik in de klas om van de leerlingen echte Woordvangers te maken!


Blog aflevering XVI: Waarom ik met die manager in mijn maag zit, deel 2

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Deel XVI: Waarom ik met die manager in mijn maag zit, deel 2

Vandaag aarzel ik tussen het schrijven van nóg een blogtekst, over de manager in mijn maag, en het daadwerkelijk beginnen met herschrijven van ‘Een veilige plek’. Omdat ik gisteren al aan de manager begonnen ben, ligt de drempel wat lager om haar hier af te maken. Afmaken is hier geen fout, geen Freudiaanse slip, maar een bewust gekozen werkwoord.

Bij het schrijven wil ik er alles aan doen om stereotypen en flat characters te vermijden. Interessante karakters hebben diepgang, zijn gelaagd en maken als het even kan een ontwikkeling door. Zie hier mijn probleem: hoe maak je een interessant personage van een hysterisch takkenwijf? In vroege versies van het boek probeerde ik het op te lossen met het beschrijven van een aantal incidenten. Hiermee maakte ik vooral duidelijk dat alle andere personages een hekel hadden aan het personage Marie-Louise, de teammanager. Dat was te zwart/wit, dus ik ging op zoek naar haar drijfveren. Geen eenvoudige opgave, vooral omdat ik die drijfveren voor het grootste deel geloofwaardig uit mijn duim moest zuigen.

Wat zijn haar drijfveren? Juist dat was de vraag, die ik mijzelf voortdurend stelde in de vijf jaar dat ik onder deze vrouw gewerkt heb. Wat bezielt haar? Waarom heb ik zo’n last van haar? En: hoe ga ik in godsnaam met haar om? Uit de vorige aflevering van mijn blog blijkt dat de omstandigheden verre van veilig, laat staan ondersteunend waren. Het gedrag van de teammanager versterkte die onveiligheid tot de derde macht. Ze hijgde het personeel in de nek, gaf tegenstrijdige opdrachten en zaaide angst en verdeeldheid. Wat kan ik er meer over zeggen? In het boek staat een aantal fictieve gesprekken en incidenten met het personage Marie-Louise, die een beeld moeten schetsen. Op deze plek zal ik me beperken tot de laatste periode van mijn dienstverband bij Blijf Amsterdam.

Empathisch vermogen

Ik was al vijf jaar aan het zoeken naar manieren om met de leidinggevende om te gaan, met vallen en opstaan. Dat kostte erg veel energie. Toen kreeg ik een voorstadium van borstkanker. Hiermee wil ik geen oorzakelijk verband suggereren, maar het vervolg was zeker niet goed voor mijn gezondheid. Kortgezegd moest uiteindelijk mijn rechterborst worden geamputeerd. Reactie van de teammanager, met een hysterische uithaal: ‘Ooo! Dat kost je je vrouwelijkheid!’ Tot zover haar empathische vermogen.

Het heeft ongeveer een jaar geduurd om fysiek te herstellen. Er was een grote wond en er waren complicaties bij de genezing. Kort na de operatie kwamen de dwingende telefoontjes, dat ik weer aan het werk moest gaan. Die telefoontjes werkten averechts op mijn herstel. Ergens heb ik nog een poosje gewerkt, maar mijn energie was op, dus ik moest me opnieuw ziek melden. Wéér die telefoontjes. Ik heb toen drastisch besloten niet meer met deze vrouw te praten. Ik werd letterlijk ziek van haar. Na veel gesprekken met de sectormanager, personeelszaken en de bedrijfsarts is het besluit gevallen dat ik zou vertrekken, met een ontslagvergoeding. Na dertien jaar werken in de Vrouwenopvang was het genoeg geweest. Niet lang daarna werd ik zzp’er en begon ik aan de eerste versies van mijn boek.

Onverenigbaar

Volgens personeelszaken was er sprake van ‘onverenigbare karakters’. Wrang was, dat Blijf geen afscheidsfeestje voor mij wilde organiseren. Terwijl ik in de loop der jaren heel wat borrels voor vertrekkende collega’s had meegemaakt en afscheidsboeken had samengesteld. Argumenten: ‘Het zou ongepast zijn een borrel te organiseren waarbij de leidinggevende niet wordt uitgenodigd,’ en ‘de ontslagvergoeding heeft al genoeg gekost.’ Gelukkig organiseerden lieve collega’s uit eigen zak een gezellige borrel en cadeautjes.

Wordt misschien wel vervolgd, maar nu ga ik eerst de roman herschrijven.

Naschrift: natuurlijk gebruik ik hier noch in het boek de echte naam van mijn toenmalige leidinggevende. Ook zij werkt er trouwens allang niet meer. Binnen een jaar kreeg ik een telefoontje van een ex-collega. Ze belde rechtstreeks vanuit een vergadering: ‘Ze wordt ontslagen!’ De opgegeven reden was: gebrek aan daadkracht. Kortgeleden bereikte mij het bericht dat de directeur van Blijf Amsterdam met pensioen gaat. Ik hoop stiekem dat zij mijn boek gaat lezen. En ook, dat ooit het productdenken overboord gaat én dat de weeffout in de organisatie hersteld wordt. Opdat Blijf ook voor hulpverleners een veilige plek wordt.

 

Blog aflevering XV: Waarom ik met die manager in mijn maag zit, deel 1

 

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Deel XV: Waarom ik met die manager in mijn maag zit, deel 1

Het is januari 2019 en ik werk nog steeds aan Een Veilige Plek. Of wéér. Het is me gelukt om literaire belangstelling op te wekken met mijn manuscript, met het advies nog het één en ander aan te passen. En dat ga ik doen, deze maand. Ik was blijven steken bij het taaiste onderwerp, het onderwerp dat ook de aanleiding vormde om aan het boek te beginnen: de leidinggevende. Ik ben tien jaar geleden vertrokken bij Blijf. De sporen van dertien jaar werken in die organisatie zijn verzacht, evenals het litteken van de borstoperatie die mijn vertrek daar inluidde. Op die operatie kom ik later terug. Maar waarom zat ik toen en zit ik nu bij het schrijven zo met die manager in mijn maag? Die vraag blijft lastig te beantwoorden, maar ik zal een paar redenen proberen te geven.

Hulp als product

Eén reden is een algemene, die momenteel sterk speelt in zorg en hulpverlening, nog sterker dan tien of twintig jaar geleden. Ik hoor vaak dat mensen in die sectoren die ‘het echte werk’ doen, het moeilijk hebben met managers. Zij worden afgerekend in productie per minuut. Zelfs de schoonmaakster in een bejaardenhuis mag tegenwoordig maar twee minuten per toilet besteden en krijgt op haar kop als het niet schoon genoeg is. Wij weten allemaal welke domme politieke beslissingen er aan deze ontwikkeling ten grondslag liggen.

Als ik bijvoorbeeld aan het Slotervaartziekenhuis denk, word ik boos en verdrietig. Ik weet dat het ooit een bijzonder, kleinschalig ziekenhuis was, waar een echte teamgeest heerste. Dat ziekenhuis is kapotgemanaged omdat zorg zo nodig een product moest worden. De verantwoordelijke minister liet in zijn ziel kijken door het ziekenhuis een stapel stenen te noemen. Hoe hatelijk voor al die mensen die – tegen de marktwerking in – daar met hart en ziel hun werk deden. Er zijn veel voorbeelden te geven, maar de domme fout zit hierin: zorg en hulpverlening zijn geen producten om op de markt te gooien. Het excuus dat als een mantra wordt herhaald, net zolang tot iedereen het gaat geloven: ‘zorg is onbetaalbaar geworden’. Daarom word ik giftig als ik spotjes voor zorgverzekeraars en voor ‘objectieve’ vergelijkers van zorgverzekeraars zie. Reclamegeld is weggegooid geld en wordt doorberekend in de zorgpremie.

In mijn tijd in de Vrouwenopvang begon het registreren en opdelen van hulpgesprekken in minuten. Ik had er niet eens zoveel moeite mee, zag het als een noodzakelijk kwaad waarvoor ik mijn hand niet omdraaide. Waar ik wel moeite mee had, was dat de verwerking van de registratie voor geen meter klopte, terwijl wij onder druk werden gezet om het beter te doen omdat Blijf anders failliet zou kunnen gaan.

Weeffout in het systeem

Ik kom nu pas aan de tweede reden waarom ik zo met die manager zat. Ik probeer het kort te houden. Er zijn boekwerken vol geschreven over trauma’s en over de gevolgen van het werken met getraumatiseerde mensen. Vrouwen in Blijfhuizen zijn per definitie getraumatiseerd omdat zij uit gewelddadige relaties komen. Dat geldt ook voor hun kinderen. Om het populair te zeggen: dat doet wat met je als hulpverlener. Je wereldbeeld raakt vertekend, je kunt je ogen niet meer sluiten voor de vele vormen van geweld – fysiek, psychisch en seksueel – die zich in relaties voordoen. Je loopt indirect schade op. Secundaire traumatisering is geen fabeltje.*

Om te zorgen dat hulpverleners zich veilig voelen én gesteund in hun werk is het van groot belang dat er onafhankelijke supervisie wordt gegeven. Dat kost geld. En omdat het geld er niet is, wordt de hete aardappel bij de hulpverleners gedropt. Heb je er last van, dan ben je niet geschikt voor je werk. Alleen in de periode dat ik bij de telefonische afdeling werkte, kreeg mijn team een aantal sessies supervisie van een onafhankelijke psycholoog. Wat was dat een verademing en wat heb ik daar veel geleerd! Ik kreeg als eindboodschap mee: ‘Jij bent een prachtige mix van kracht en kwetsbaarheid’. Dat vergeet ik nooit.

Het team Begeleid Wonen was nieuw, in een nieuw pand, met een nieuwe leidinggevende die de doelgroep en het werk niet kende. Om het gebrek aan ondersteuning voor de hulpverlening te compenseren, werd de term ‘coachend management’ ingevoerd. De psycholoog die ons eerder supervisie had gegeven noemde het een ernstige weeffout in de organisatie. Want deze constructie is per definitie onveilig. Hoe kun je je kwetsbaar opstellen over de inhoud van je werk tegenover iemand aan wie je ook verantwoording moet afleggen over de ‘productie’? Met de Ondernemingsraad heb ik tevergeefs gevochten om deze fout te herstellen. Ik was zes jaar voorzitter en dit was continu speerpunt. De directie bleef erbij dat coachend management afdoende was. Lees: het bracht geen extra kosten mee. Wel werd de functie van manager er zwaarder en complexer door en ik weet zeker dat de manager die deze spagaat kan hanteren nog geboren moet worden.

De derde reden is van persoonlijker aard en zal ik in de volgende aflevering bespreken.

Wordt vervolgd

 

* Lees bijvoorbeeld de publicaties van psycholoog Angeline Donk over dit onderwerp.

Blog aflevering XIV: Het échte werk en de leidinggevende

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Deel XIV: Het échte werk en de leidinggevende

Het werk op zichzelf ging me goed af. Hoe ingewikkeld het soms ook was, ik kon échte cliënten en hun kinderen op gang helpen. Vrouwen met allerlei achtergronden en culturen die maar één ding gemeen hadden: ze waren gevlucht uit een gewelddadige relatie en probeerden een nieuwe start te maken. Er waren trauma’s te verwerken en praktische zaken te regelen.

De vrouwen kregen een vaste maatschappelijk werker en elke wooneenheid had een vaste groepswerker. Afhankelijk van de gezinsgrootte woonden er drie tot vijf vrouwen in een eenheid. Iedereen kreeg een kamer voor zichzelf en haar eventuele kinderen. Keuken, wasruimte en sanitair werden gedeeld. Hier ontstonden gelijksoortige conflicten als in relaties: over de afwas en over haren in doucheputjes. Verschillen in gewoontes en culturele achtergrond zorgden ook voor misverstanden. Me van geen kwaad bewust stapte ik een keer over een boodschappentas heen, die een trap blokkeerde. De eigenaresse van de boodschappen raakte helemaal in paniek omdat de boodschappen nu onrein waren. Tenminste, dat had gekund, als ik ongesteld was geweest. Zo is het ook verboden om over een op de grond liggend kind te stappen. Dat is ongeveer even riskant als in onze cultuur onder een ladder door lopen.

Leidinggevende

De nieuwe team manager was opgeduikeld in het netwerk van een andere leidinggevende. Mijn eerste indruk bij de kennismaking was: een levendige vrouw met kort grijs haar, heldere blauwe ogen en een klaterende lach. Ze had geen ervaring in de Vrouwenopvang, wel in de zorg voor gehandicapten. Zij praatte graag over zichzelf en leek zich kwetsbaar op te stellen door te vertellen over de strijd die ze voerde met haar lastige puberdochter.

Ik kende de organisatie al acht jaar en kon haar er dus veel over vertellen. Omdat ik had gemerkt dat veel collega’s met weerzin spraken over ‘die managers’, alsof het om een andere diersoort ging, nam ik me voor haar onbevangen te benaderen. Of was ik wat naïef en te beschermend?

 

Iedereen lijkt anti-manager vreemd dat er nog steeds zo veel zijn

 

‘Volgens mij  zijn managers gewoon collega’s met een andere functieomschrijving,’ zei ik, ‘we werken allemaal samen aan hetzelfde doel, de veiligheid van vrouwen.’ Met deze formulering had ik zelf in het management kunnen gaan. Haar reactie bevreemdde mij. In plaats van mijn stelling te bevestigen, trok zij sceptisch een wenkbrauw op en sneed een ander onderwerp aan. Ze begon over ‘productdenken’ in de hulpverlening. ‘De Vrouwenhulpverlening heeft hier nog een slag te maken,’ zei ze. Op dit moment kreeg ik waarschijnlijk het eerste signaal dat wij totaal verschillend tegen de zaken aankeken.

Wordt vervolgd

 

 

Blog aflevering XIII: In het begin was het een puinhoop

 

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Deel XIII: In het begin was het een puinhoop

Poten in de modder

Als maatschappelijk werker Begeleid Wonen in de Vrouwenopvang moest ik vooral ‘materiële’ hulp geven: voorrang aanvragen op de woningmarkt, op zoek gaan naar een advocaat, opvoedingsondersteuning en schuldhulpverlening regelen enzovoorts. Gelukkig ben ik geboren in de handen-uit-de-mouwenstad Rotterdam. Werken met de poten in de modder was voor mij geen probleem. Ik combineerde mijn vermogen om te luisteren met het opstellen van werkplannen. Eén probleem tegelijk bij de staart pakken, dat werkte het best.

Ik was trots op mezelf omdat ik via een lange omweg toch een baan had gevonden met enige verantwoordelijkheid en een redelijk salaris. Met 28 uur werken verdiende ik ongeveer 1700 euro in de maand.  Wij werkten samen met de politie, onder andere met de buurtregisseur. Dat was de nieuwe naam voor het ouderwetse begrip ‘wijkagent’. Ik hoorde dat politiemensen nog een stuk minder verdienden dan maatschappelijk werkers. Daar schrok ik van, want dienders stonden nog veel dieper met hun poten in de modder dan wij.

Aanhoudend gebel

Het pand én het team van Begeleid Wonen waren helemaal nieuw. Er moest nog het één en ander uitkristalliseren. Dat is managementtaal voor: het was een puinhoop. Er was nog geen receptionist. Ook was er geen hallofoon geïnstalleerd. Als er iemand aanbelde schelde dat door het hele gebouw. Niemand voelde zich geroepen om de deur open te maken, en de aanhoudende beller won. Onnodige stress bovenop het pittige werk. Uiteindelijk werd er opengedaan door degene die het dichtst bij de voordeur was. Dan stond daar iemand met een lastige vraag of met een pakje waarvoor getekend moest worden door een bewoonster. Vaste werkplekken hadden we niet, want het ‘flexen’ was net ingevoerd. Bureaus en computers moesten gedeeld worden, dus als je vergat uit te loggen kreeg je ruzie met de collega die na je kwam. Irritaties bovenop de dagelijkse stress.

IJkprofielen

Verder stelden de wet en de zorgverzekeraars steeds strengere eisen aan de hulpverlening. Formeel moesten de vrouwen gelabeld worden met psychiatrische problematiek om de hulp vergoed te krijgen. Een leugenachtige formaliteit, want mishandeld worden heeft niets met psychiatrische problemen te maken. Slechts een gedeelte van de bewoonsters in de Vrouwenopvang had óók psychiatrische problemen.

 

Mishandeld worden is geen psychiatrisch probleem

Een leugenachtig label

 

Er werden ijkprofielen opgesteld, bedoeld als hulpmiddel bij de indicatiestelling. Excuses voor het vreselijke jargon. Ik zie de mappen met ijkprofielen nóg voor me. Ze stonden bovenop de dossierkast. Persoonlijk heb ik die mappen nooit aangeraakt. Iedere cliënt, pardon ieder mens is uniek. Niemand past in een standaardprofiel. ‘Het is maar een hulpmiddel’ hoor ik de leidinggevende nog zeggen. Een nutteloos hulpmiddel.

IJkprofielen, gestandaardiseerde dossiers met keurmerk – na een uitgebreide audit – het was allemaal bedoeld om de schijn van kwaliteit op te houden, voor buitenwereld en subsidiegevers. Het had niets met de inhoudelijke kwaliteit van ons werk te maken. Ik spreek in de verleden tijd omdat ik al weer tien jaar weg ben uit de hulpverlening.

Wordt vervolgd