Blog Archives

Woordvangers – creatief schrijven met kinderen

 

Woordvangers is een naschools programma om kinderen in de basisschoolleeftijd vertrouwd te maken met creatief schrijven. Creatief schrijven is een heel andere vaardigheid dan foutloos spellen of netjes schrijven.
Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 proeven
Kinderen vanaf groep vier leren aan de hand van zintuiglijke ervaringen te schrijven over hun eigen beleving. Een meisje uit groep vier van de Linnaeusschool uit Amsterdam Oost schreef bijvoorbeeld naar aanleiding van een smaak:

het was vies en het was
bruin en me tanden werden bruin
me tong werd bruin
en me gezicht werd rood haha
haha

Ook leren de kinderen meer hun fantasie gebruiken bij het schrijven. Dat betekent dat ze zelf dingen mogen verzinnen die niet per se echt gebeurd hoeven te zijn. Een meisje uit groep vijf koos drie woorden: Taxsi, paars en pen. Daarmee bedacht ze deze korte tekst:

ik zag een taxsi
maar geen normale
een paarse en er
was een grote pen
erop

Het gaat hier duidelijk niet om de juiste spelling of grammatica, maar juist om de vrijheid en de levende taal van het kind zelf.

Het is niet altijd eenvoudig om jonge kinderen aan het schrijven te krijgen, maar met prikkels die de nieuwsgierigheid en fantasie stimuleren én met wat aanmoediging leren de kinderen originele teksten te schrijven. Aan het einde van het programma op de As Siddieqschool in Amsterdam Noord schudde een meisje uit groep zes een heel lied uit haar mouw.

Woordvangers As Siddieq Lied Fatima

Ter afsluiting houden de kinderen een presentatie waarbij ze hun eigen teksten voorlezen en/of posters maken met bestaande en eigen teksten. Dan blijkt hoeveel zij spelenderwijs hebben opgepikt.

Woordvangers As Siddieq Ik heb geleerd

Hieronder staan nog wat foto’s die ik nam bij Woordvangers in Amsterdam-Oost en -Noord. In Oost krijgen de kinderen na afloop een diploma van de Talententent.

Wilt u ook creatief schrijvende Woordvangers op uw school? dan kunt u voor de naschoolse activiteit contact opnemen met Stichting Wijsneus (Amsterdam Noord) of Dynamo (o.a. Amsterdam-Oost). Ik wil het programma ook graag binnen schooltijd (onderschools) geven. Hierover kunt u contact opnemen met mijzelf, Mevrouw SchrijfTaal.

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 poster

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 poster2

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 aardige juf

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 diploma

Individuele coaching schrijvers en dichters

 

Individuele coaching en online feedback

Wil je dat ik je gedichten of verhalen zorgvuldig lees en van opbouwende feedback voorzie? Dan spreken we een hoeveelheid tekst af, bijvoorbeeld een verhaal of tien gedichten, waarop ik uitgebreid feedback zal geven. Individuele coaching is maatwerk. Informeer per mail naar de mogelijkheden.

Bij de Schrijven Online Academie kun je een online cursus gedichten schrijven volgen, in je eigen tempo. In de cursus worden poëtische middelen behandeld, zoals regelafbreking, beeldspraak, ritme, herhaling, rijm en klankgebruik. Na vier lessen is je dichtgereedschap flink uitgebreid.

Thuisopdrachten

Aan het einde van elke les staat een thuisopdracht. Op je uitgewerkte opdrachten geef ik persoonlijke feedback. Daarbij benoem ik sterke kanten en verbeterpunten. Aan het einde van de cursus ontvang je een rapport over je vorderingen.

Elders op deze site vind je een gedicht van een van mijn cursisten.

Incasseren kun je leren – over feedback ontvangen

‘Eerlijk gezegd heb ik het moeten leren, omgaan met kritiek,’ bekende ik aan een andere schrijfster. ‘Hoe heb je dat gedaan dan,’ vroeg ze. Mijn antwoord zou ook nuttig kunnen zijn voor andere schrijvers.
“Het is vooral een kwestie van dosering, managen en doorzetten. Ik voel een powerpointpresentatie met bullets aankomen.

Dosering: in een groep (als lid van de groep) trek ik het meestal niet. Na een aantal rot-ervaringen heb ik besloten mezelf te beschermen en me niet meer bloot te stellen aan een salvo van meningen en ongezouten kritiek. Het komt veel te veel binnen en ik kan me er niet goed tegen wapenen. Verder probeer ik mijn critici zorgvuldig uit te kiezen. Het liefst mensen die ik vertrouw, die naar mijn idee iets te melden hebben en zorgvuldig zijn. Dat wil dus niet zeggen dat ik geen (negatieve) kritiek kan verdragen. Het gaat om de mate waarin en misschien nog wel belangrijker: de toon! C’est le ton qui fait la musique, n’est-ce pas?

Managen: het is sowieso een kwestie van dosering. Hoeveel kan je verstouwen? Neem afstand, trek je terug als het even genoeg is. Let op signalen zoals hoofdpijn of irritatie. Kies je critici zorgvuldig, stel je werk niet bloot aan mensen van wie je al weet dat zij de botte bijl altijd hebben klaarliggen. Verder helpt het heel erg om om gerichte feedback te vragen, zoals: wat vind je van dit of dat personage, of van het perspectief? In veel gevallen voorkom je dan een hagel van ongeleide projectielen!

Doorzetten: het is hetzelfde als bij het hele schrijfproces: oefening baart kunst. Door veel kritiek te incasseren – liefst genuanceerd natuurlijk – ben ik er uiteindelijk beter tegen bestand geraakt. Echt een dikke huid zal ik nooit krijgen, maar ik heb geleerd om veel kritiek naast me neer te leggen, omdat die geen hout snijdt of omdat ik er niet om gevraagd heb. Ongevraagde adviezen zijn vaak ondoordacht (denk gerust: dom!) Ik loop niet naast mijn schoenen, maar door veel ervaring is mijn zelfvertrouwen gegroeid. Schrijven is een doe-woord! Stoppen met schrijven is de enige manier om te falen.*

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

*Ik lees graag de tweets van Jon Winokur, @AdviceToWriters, voor intelligente adviezen en reflecties over schrijven. Meestal zijn het citaten van bekende schrijvers en vaak glimlach ik van herkenning als ik ze lees.”

Procrastineren, moet je dat afleren?

 

Procrastineren, moet je dat afleren?
Van de lat, de stok en de boog

Vanuit het schrijfhuis, Wamel, maandag 3 augustus 2015, aangepast te Amsterdam op maandag 22 augustus 2016

Streng regime

Er was een tijd dat ik dacht dat een échte schrijver dagelijks minstens acht uur achter zijn bureau zat te werken. Een echte schrijver begon al voor dag en dauw of ging tot diep in de nacht door. Ik was nog niet bekend met het verschijnsel procrastinatie of uitstelgedrag. Zolang ik mezelf geen streng regime oplegde, mocht ik me geen schrijver noemen.

Op die manier lag de lat voor mij onbereikbaar hoog. In de eerste plaats ben ik zonder dringende verplichtingen zelden voor tienen wakker, in de tweede plaats schraap ik een bescheiden inkomen bij elkaar met ander werk en in de derde plaats lukt het me zelden om meer dan twee uur op een dag te schrijven, ook op die zeldzame dagen dat ik geen verplichtingen heb. Volgens mijn eigen criterium zou ik mezelf hooguit parttime schrijver mogen noemen.

Stokken en ellebogen

Hoe pakken fulltime schrijvers dat aan, hoe delen ze hun tijd in, hoe verwerven ze hun inkomen? Ze zijn toch niet allemaal gepensioneerd of in het bezit van een werkende partner? Er zijn er maar een paar die van de opbrengst van hun boeken kunnen leven.

De stok achter de deur is een manier om meer tot schrijven te komen. Ik houd van schrijfopdrachten, en nog meer van schrijven in opdracht. Schrijven in opdracht gaat altijd vlotter omdat er iemand op de tekst zit te wachten en omdat er na afloop een – bescheiden – beloning wacht.

Maar voor romanschrijvers en dichters is er geen stok achter de deur. Het literaire veld is er een vol ellebogen en vol stokken om je eruit te slaan. Ik aarzel steeds om me op dat terrein te begeven. Als ik af en toe om het hoekje kijk, zie ik vooral ontmoediging en afgunst, geen aanmoediging.

Vervelende klussen hebben meer aanhiktijd

Als ik de lat en de stok even laat voor wat ze zijn, is daar altijd nog de boog om over te tobben. Hoe lang kan die gespannen staan en wat is dan het rendement? Hoe heerlijk het ook is om in geschrijf te verdwijnen en met een stuk tekst voor de dag te komen, schrijven kost energie. De hersens hebben brandstof nodig om te kunnen werken. Dit heb ik heel lang onderschat.

Mijn misvatting was dat je van leuke dingen doen altijd energie krijgt. Dat je daarna altijd verfrist met nieuwe impulsen aan de slag gaat. Dat is maar gedeeltelijk waar. Het lichaam én het denkhoofd hebben echt regelmatig rust nodig om te kunnen blijven werken, hoe leuk en bevredigend het werk ook is. Het verschil zit erin dat vervelende klussen meer aanhiktijd hebben en vermoeiender zijn.

Uitrusten en jezelf belonen

Om in balans te blijven moet je na elke bevredigende activiteit ook rusten. Tevredenheid oogsten, jezelf belonen met een kop koffie, of een dom spelletje doen om je hoofd leeg te maken. Ik kan je ook aanraden om zijpaden te bewandelen, zoals toegeven aan de zin om een gedicht te schrijven of een stukje over uitstelgedrag. Voer vooral gesprekken met vrienden en wissel van gedachten met andere schrijvers.

Het is allemaal research

Lezen, films en series kijken: het is allemaal input, ik noem het research. Ik luister gesprekken af, ik wandel en fotografeer om indrukken te verzamelen voor de databank in mijn hersenen. Die zit vol informatie, dialogen, beelden en stemmingen om uit te putten voor een boek of verhaal. Het grootste gedeelte blijft ongebruikt, net zoals het grootste deel van ruwe teksten ongebruikt blijft. Het rendement aan publicabele tekst is dus laag. Toch zijn al die inspanningen en al dat materiaal belangrijk voor de databank in je hoofd, de compost waaruit teksten groeien. Een vriend van me zei het simpel: ‘Je kunt wel de hele dag met schrijven bezig zijn, maar niet de hele dag zitten schrijven.’

Lekker tijd verklooien

Zo zit dat. Vanaf nu voel ik me minder schuldig als ik in plaats van te schrijven een stom spelletje zit te doen terwijl er allerlei diepzinnige gedachten door mijn hoofd gaan. Mijn hoofd verwerkt en broedt, terwijl mijn ogen en handen iets anders doen. Ze hebben het nodig. Lekker blijven teuten en tijd verklooien hoort allemaal bij het schrijfproces. Procrastineer je suf, hik aan tegen schrijven, tot je wel weer moet schrijven. Op dat moment is de batterij is opgeladen en kan weer energie afgeven om te schrijven.

 

De facebookpagina van Mevrouw SchrijfTaal


Mevrouw SchrijfTaal heeft sinds kort een facebookpagina waarop ze informatie post over schrijfcursussen, workshops en andere schrijfactiviteiten. Het is fijn als je deze pagina en berichten het duimpje geeft. Dat kan als je op deze link klikt.

Ik neem hier een korte tekst over die ik daar plaatste na een bezoek aan mijn ouders.

Mijn vader is voor het grootste deel van de tijd in zijn eigen hoofd verdwenen. Hij fleurt alleen even op als ik hem wat foto’s laat zien van de kamelentocht die ik afgelopen kerst gemaakt heb. En als ik hem een knuffel geef. Verder valt er niets meer te zeggen. Mijn moeder zegt dezelfde dingen die ze al vele malen door de telefoon heeft gezegd. Ik bedwing de neiging om in mijn smartphone te vluchten en maak foto’s. Er moet iets zijn waar ik blij van word. De glimmende roestvrij stalen theepot, de lieve oude poes.

‘Ze worden gemiddeld elf tot dertien jaar, deze katten. Het is een Britse korthaar. Ze is al zestien, dus … Ik hoop elke dag dat ze vredig inslaapt, maar ik kan haar nog niet missen. Het is mijn kind.’
‘Ik ben je kind.’
‘Wat zal ik haar missen als ze er niet meer is. Het is mijn kind.’
‘Dat zal verdrietig zijn, ja,’ antwoord ik voor de honderdste keer.

Ik ga naar huis met in mijn tas drie onderlakens, een pepermolen, twee mandarijnen, een banaan en geld voor de trein. Voor de duizendste maal prent ik mezelf in dat liefde bij ons thuis altijd in materiële zaken wordt uitgedrukt.


Wij van jaargang 1965 – een herinneringsboek


doos boeken

 

De bewijzen van mijn schrijverschap stapelen zich op. Vandaag ontving ik de doos met exemplaren van het herinneringsboek, dat ik schreef in opdracht van uitgeverij Wartberg. Lees ook de post over schrijven in opdracht.

Het is een feestje om zo’n doos open te scheuren, na een periode van hard werken en daarna een periode van wachten terwijl anderen hard werken aan de vormgeving en andere productiefasen. Het resultaat is prachtig: een stevig en glanzend boekwerk met harde kaft en heel veel afbeeldingen. Ik wil hier nog een keer iedereen bedanken die mij geholpen heeft bij het vinden van passende foto’s. En verder moet je het boek natuurlijk gaan kopen of bestellen, bijvoorbeeld hier. Ik maakte alvast een paar kiekjes van het binnenwerk.

 

0 tot 2 jaar

kattenkwaad

strakke spijkerbroeken

 

De plaat poetsen – column

 

De plaat poetsen

Ik werk aan een roman, al jaren. De wereld is daarvan op de hoogte, dat helpt. Als de wereld weer eens informeert hoe het met de roman gaat, geef ik een omschrijving van het punt in het trage proces waarop ik op dat moment ben. ‘Ik heb nu drie delen en ik twijfel nog over een vierde deel, een epiloog. Of ik werk er nog een verhaallijn doorheen.’ Opdat ze mij geloven. Dat ik echt aan een roman werk.
‘Heb je al een uitgever?’ vragen ze soms.
‘Nee, die stap heb ik nog niet durven zetten. Ik wil eerst een complete versie hebben.’

De zomer is gereserveerd voor het werk aan dit boek. Dat wil niet zeggen, dat ik vanaf vakantiedag één braaf aan mijn bureau zit om pagina’s toe te voegen. Eerst poets ik de plaat. Ik ruim opgehoopte lesmaterialen op, bevrijd het huis van kattenharen en miljoenen van de miljarden huishoudbacteriën, plant bietjes in de tuin, wandel en maak foto’s van licht op water. Mijn excuus: ‘Ik schrijf met licht.’

In mijn tweede jaar op de kunstacademie leerde ik bij grafische technieken de letterlijk ‘de plaat te poetsen’. Als voorbereiding op het echte etsen in een koperen plaat moesten we deze eerst schuren, polijsten en met brasso poetsen tot die op een spiegeltje leek. Daar kon ik uren mee bezig zijn, in gedachten fantaserend over de prachtige ets die er uiteindelijk van zou komen. We werden hierbij geholpen door een werkplaatsassistent, want de grafiekdocent was ‘m gesmeerd. Die hield zich liever bezig met zijn collectie mooie artistieke meisjes. Omdat mijn etsen en het onderwijs tegenvielen, ben ik in dat tweede jaar van de academie vertrokken.

‘Doe eens wat nuttigs’

Aan die tijd heb ik wel een gedeeltelijk ontwikkeld kunstenaarsoog overgehouden. Als dochter van een metaalbewerker waardeer ik het ambachtelijke deel van grafisch werk. Er is ook een arbeiderskinderstemmetje dat altijd zeurt: ‘Doe eens wat nuttigs!’ Later heb ik als loonslaaf in de Welzijn geleerd dat je productie moet leveren, meetbaar in minuten en in uitgestroomde cliënten.

Nu er geen manager meer in mijn nek hijgt, bestraf ik mezelf aan het begin van een schrijfperiode. Dan moet ik eerst afscheid nemen van lessen voorbereiden, groepen en klasjes, van schrijven in opdracht en van de boekhouding. En ik moet de strenge interne criticus paaien. Het is wél nuttig wat ik doe, het is voorbereiding, omschakelen van de lesgeef- naar de schrijfmodus. Ik moet mezelf steeds opnieuw toestaan om langzamer te leven, uit te slapen – een doodzonde! – doelloos te kuieren en de omgeving met mijn half ontwikkelde kunstenaarsoog waar te nemen. Om een uur naast een sloot te staan voor een impressionistische foto van een waterhoentje. Om teksten te schrijven die niet in het boek passen, stomweg omdat ze in me komen opborrelen. Het is allemaal voorbereiding op dat andere, echte werk.

De komende dagen ruim ik mijn huisje verder op, behandel de poezen tegen vlooien en teken, sproei nog een keer de tuin, stop onder- en bovengoed in fietstassen en leg de laptop erboven op. Dan poets ik de plaat, naar een schrijfhuis, waar ik echt aan dat vierde deel van die roman ga werken, of aan die extra verhaallijn.


Als tekstschrijver voer ik graag opdrachten uit


Zoekt u een ervaren tekstschrijver, die zorgvuldig is en betrokken bij haar werk? Mevrouw Schrijftaal werkt graag in opdracht.  Ik geloof in goed overleg en prettig samenwerken met opdrachtgevers. Opdrachten geven richting en inhoud aan mijn werk. Als hoogopgeleide met brede interesse schrik ik voor weinig onderwerpen terug. Uw vraag is mijn uitdaging. Indien gewenst verzorg ik ook beeldmateriaal.

Herinneringsboek

In september 2014 verschijnt een reeks herinneringsboeken: ‘Wij van Jaargang …’ De Duitse uitgeverij Wartberg bracht eerdere series van deze jaargangboeken uit in Duitsland en Frankrijk. Nu komt er een elfdelige reeks uit in Nederland. Ik schreef de jaargang 1965 aan de hand van foto’s uit persoonlijke en collectieve archieven. Het was een nostalgisch genoegen en een uitdaging om tekst en beeldmateriaal bij elkaar te zoeken en te combineren.

voorbeeldfoto jaren 60

Familieleden na mijn doop in 1960 (deze foto verschijnt niet in het boek)

Interviews en nieuwsbrieven

Ik ben een ervaren interviewer. Mijn opleiding als psycholoog en werkervaring in de vrouwenopvang hebben van mij een goede, actieve luisteraar gemaakt. Ik kan daardoor de essentie van een gesprek helder op papier zetten. In het verleden tekende ik een aantal verhalen op van mishandelde islamitische vrouwen. Deze zijn gepubliceerd in een jaarverslag van de vrouwenopvang.

Onlangs werkte ik samen met Yoeke Nagel aan een jubileumboek voor een vereniging. Mijn bijdrage bestond uit een tiental korte interviews en foto’s. Als amateurfotograaf schiet ik heel aardige portretten. Ook voor nieuwsbrieven interview ik en lever desgewenst foto’s.

Ymere informeert dec 2013

Voorbeeld nieuwsbrief (foto aangeleverd)

Recensies en Klassiekers

Uit liefde voor de poëzie schrijf ik al vele jaren recensies en besprekingen van klassieke gedichten voor literatuursite Meander. De laatste recensie staat hier. Stiekem droom ik van andere poëzietijdschriften als opdrachtgevers.

Contactinformatie

Voor afspraken en tarieven kunt u contact opnemen met wilma@schrijftaal.org, telefoon: 06 – 4630 7175


Haast Onverstaanbare Harry: een personage in ontwikkeling


Wie is Harry?

Op mijn FaceBookpagina duikt de laatste tijd een intrigerend personage op: Haast Onverstaanbare Harry. Net als veel personages is Harry ontstaan uit observaties van echte mensen, maar inmiddels is hij als personage een eigen leven gaan leiden. Ik heb geen idee hoe het hem in de toekomst zal vergaan, maar verwacht hem nog vaak tegen te komen. Daarom zet ik op deze plek de stukjes over Harry tot nu toe. De eerste ‘Harry’ is van 30 augustus, de meest recente van vandaag, 4 november 2013.

Ik loop mijn tuin in. O nee, daar is Haast Onverstaanbare Harry. Droog kuchend zegt hij:
‘Sorry, ik heb vandaag je tuin niet gesproeid.’
‘Geeft niet.’
Ik kan me niet herinneren dat ik hem dat gevraagd heb.
Harry wijst op het aubergientje en vraagt:
‘Is dat buitenlandse groente? Dat eten die Marokkanen zeker, en die Turken?

Daar is hij weer, Haast Onverstaanbare Harry. Het geluid van Abba komt de straat in. Hij zet de motor af en Abba zwijgt. Dan gaan Abba en motor weer aan, hij rijdt een halve meter verder en parkeert nu echt. Ik sta met mijn rug naar hem toe de heg te knippen.
‘Als je wilt dat ik iets terug zeg, moet je verstaanbaar praten,’ denk ik. Maar zoiets zeg ik natuurlijk niet.
‘Heeft er iemand tegenaan gezeten?’ vraagt hij, voor de zoveelste keer op de bruine plek in mijn heg wijzend.
‘Al een tijdje geleden.’ Ik knip door.
‘Wacht even,’ zegt hij, en plukt een slakje uit mijn heg, ‘anders knip je die straks in tweeen.’
‘Ik zal jou eens in tweeen knippen,’ grap ik en wijs naar hem met de heggenschaar.
‘Doe mijn baard maar dan.’
‘Hah hah hah.’
Rot op, Harry.

Hij is echt overal. Precies op het moment dat ik naar de papierbak loop, passeert zijn auto me. Hij stopt bij de glasbak en gooit er twee flessen in. Dan loopt hij met een plastic zak naar de papierbak, waar ik inmiddels bezig ben met een doosje.
Ik probeer het doosje in zijn geheel in de bak te duwen, maar het past net niet.
‘Dat past wel’, zegt Harry, ‘maar je houdt het schuin, kijk maar.’
Hij pakt het doosje uit mijn handen.
‘Succes,’ zeg ik.
Het doosje past niet.
‘Nou het scheelt maar een milimeter,’ zegt hij, ‘maar je hield het schuin.’
Ik begin het doosje handmatig te legen. Hij propt de inhoud van het tasje erbij. Hij is eerder klaar dan ik. Ik scheur het doosje stuk, zodat het wel in de opening past.
‘Bedankt voor het openhouden,’ zegt hij en stapt weer in zijn auto.
‘Bedankt voor je geduld,’ zeg ik achter hem aan.

Na het vertrek van Harry zie ik een kunstkaart op de tegels liggen, een afbeelding van een geschilderd portret. Vermoedelijk heeft iemand een ansicht gestuurd vanaf een verre vakantiebestemming. De kaart is lang genoeg bewaard om zonder schuldgevoel met het oud papier weg te gooien en nu naast de papierbak gevallen. Ik raap de kaart op, nieuwsgierig naar de handgeschreven boodschap op de achterkant.
Er is niets met de hand geschreven. Op de achterkant staat een veertien jaar oude, gedrukte nieuwjaarsgroet van een communistische partij. Het portret op de voorkant blijkt Lenin te zijn. Ik weet dat mijn dorp vroeger bekend stond als een rood bolwerk. Daarvan is nog erg weinig over. In mijn hand houd ik een smoezelig bewijsstuk van een strijdbaar verleden.
Mijn vondst maakt het plotseling belangrijk te weten of de kaart uit het tasje van Haast Onverstaanbare Harry ontsnapt is. Was Harry communist?

ncpn

lenin

De bomen zijn gaan liggen. Gebroken, ontworteld of afgezaagd. Zwerfvuil ligt er ook. Op mijn middagwandeling kom ik de hondenuitlaatclub tegen. Honden en baasjes doen, wie het hardst kan blaffen. De zwaarste stem komt van een grote vrouw met kort, wit haar in lichtblauw trainingspak.
‘Kom nou godverdegodver eens hier, Boris.’
Ik loop verder, over het Perenpad en kom Lia tegen, de vrouw van Haast Onverstaanbare Harry. Ze laat de hond uit.
‘Aan de wandel?’ vraagt ze.
‘Ja, nog even het laatste daglicht meenemen.’
‘Dan mag je wel opschieten.’
‘Ik vind het maar niks dat het zo vroeg donker wordt.’
‘Ach, gewoon kaarsies aandoen, lekker romantisch.’
Zij wel, met d’r Harry.

gebroken bomen


Een fragment van mijn roman in wording

 

Laat haar maar stikken

Koos is al naar zijn werk en Mara slaapt nog diep. Ze droomt dat ze door een tunnel loopt, waar het licht zich met moeite verspreidt. Onder haar voeten kraken brekende schelpen, nee wacht, het zijn zee-egelskeletjes. Uit de wanden van de tunnel steken wortels, die haar proberen vast te pakken. Het zijn tentakels met vingers en zuignappen. Ze waant zich in een binnenstebuiten gekeerd koraalrif. De zacht gloeiende, donkere kleuren zijn fascinerend. Ze wil zich laten meevoeren met die donkerrode, paarse en groene armen. Ze zakt er langzaam in weg.
Een zoemend geluid bereikt haar oren. Er zwemt een vis voorbij, met lichtgevend groene ogen. De vis trilt in het ritme van het gezoem, de groene ogen knipperen. Mara staart in die ogen, terwijl er zich armen om haar heen slaan. De armen zijn zacht en sterk tegelijk en hebben geen vingers, maar ogen. De ogen bekijken haar traag knipperend van top tot teen. ‘Paarse sokken, tsssk,’ lispelt een stem. Ze kijkt terug, speurt de ogen af op sporen van afkeuring. De ogen blijven traag knipperen en spreken niet. De omhelzing wordt steviger. Ze zal nog verdrinken in die armen en in die waterogen. Het kan haar niets schelen. Laat haar maar stikken.
Het gezoem houdt niet op. Mara wordt half wakker, maar krijgt haar ogen niet open. Naast het bed ligt haar telefoon te zoemen en te knipperen. Ze probeert haar arm in die richting te brengen, maar het lukt niet. Ze valt weer in slaap.
Uren later klinkt het gezoem opnieuw. Mara neemt op en hoort de stem van Marie-Louise: ‘Waar was je nou, Mara? Je zou vandaag naar het werk komen. Dit kan zo echt niet hoor.’
‘Is het al donderdag dan?’

Toelichting bij dit fragment: tussen lessen en andere activiteiten door schrijf ik een roman. Daarvoor is rust in mijn hoofd nodig en een lege agenda. Dat schrijfproces verloopt dus langzaam en met tussenpozen. Maar die roman zal er komen. Kortgeleden nam ik de trein naar Hilversum om naar ‘Shut up and write‘ te gaan bij Zinexprez. Er was een uurtje rust en ik schreef een eerste versie van het fragment hierboven. Het wordt opgenomen in mijn roman. Of niet, want schrijven is een langzaam proces, met tussenpozen. En er wordt veel geschrapt.

Je mag reageren, graag zelfs!