Blog Archives

Kort verhaal: Dood gevonden worden


Dood gevonden worden

Ik maak nooit iets mee. Behalve vorige week donderdag. Ik zat in nachtgoed en ochtendjas op de bank, toen er hard werd gebeld. Vlug probeerde ik op te staan, maar bleef met mijn voet haken in het groene fleece-dekentje dat over mijn benen lag. Nadat ik mijn voet vrij geworsteld had, deed ik open. Er stonden vier mensen, een daarvan hield een camera op mij gericht, een andere hengelde met een microfoon. Ik hield mijn ochtendjas stevig dicht en vroeg me af of ze konden ruiken dat ik mijn tanden nog niet had gepoetst.

‘Goeiedag, wij zijn van Man Bijt Hond en we doen een onderzoekje in deze buurt,’ zei de voorste van de vier, een veertiger met donker glimmend haar. Zijn mond stond een beetje scheef.

‘Man Bijt Hond? Echt?’ Ik dacht dat die alleen mensen overvielen rond etenstijd, maar alles op televisie is gelogen, dus het kon waar zijn.

‘Ja echt. Het gebeurt namelijk steeds vaker dat mensen weken dood in hun huis liggen zonder gevonden te worden…’

‘Nou, steeds vaker…’ zei ik, ‘dit soort berichten hoor ik al heel lang.’ Een blonde paardenstaart reikte mij een Spits! aan met daarop een enge foto van een dode man bij zijn computer. De gratis krant kopte: ‘Jimbo83 zit drie weken dood achter zijn computer. Geen van zijn driehonderd internetvrienden heeft iets gemerkt.’

‘Internetvrienden zijn geen echte vrienden, dat weet iedereen toch?’ Zei ik droog.

‘Denkt u dat zoiets hier ook zou kunnen gebeuren?’

‘Ik weet het niet, hier houden de mensen elkaar behoorlijk in de gaten. Ik heb de sleutel van die buurvrouw en van die buren die nu drie weken op vakantie zijn. O jee, en dat zeg ik nu zomaar voor de camera.’ Ik schrok omdat ik dacht aan de serie inbraken van de afgelopen tijd.

‘Als iemand overdag de gordijnen dicht heeft, zou u dan gaan kijken wat er aan de hand is?’

‘Nee hoor, ik heb zelf ook weleens overdag de gordijnen dicht. Ik houd van uitslapen, zoals jullie zien.’ Toen werd de glimmerd een beetje gemeen. Hij wierp een blik in mijn tuintje en zei: ‘Daar is al een tijd niks aan gebeurd. Komen mensen dan kijken of alles in orde is?’ Afgemeten zei ik: ‘Ik heb een halfwilde tuin. Dat is een bewuste keuze en daar geniet ik van. Er is een ander probleem dat speelt in deze buurt, er wordt veel ingebroken…’ Voor dat onderwerp was Man Bijt Hond niet gekomen.

‘Bedankt voor de medewerking. U heeft leuke dingen gezegd. Misschien wordt het uitgezonden. In april of zo.’ De buren zijn dan gelukkig al lang terug van vakantie. Terug op de bank bedacht ik dat ik misschien wel op televisie kom, in april of zo, in mijn dikke beige ochtendjas, met ongekamde haren. Ik moet toch eens eerder opstaan en me dan meteen aankleden. Voor als er aangebeld wordt

Nu nog even een gedicht. Het is van mijn favoriete dode dichter, Lucebert. Hij heeft me zelden teleurgesteld. Ik sloeg zijn verzameld werk open en vond een gedicht over bijtende honden die uit hun bek stinken. Er komen ook vergeten doden in voor, dus dat komt goed uit.

marode*

het is niet zo dat ik honden haat
maar wel stinken de heren kwalijk uit hun bek
toch zondig voel ik mij nadat ik ben gebeten
zijn zij in de woestijn wellicht miskende
boetprofeten die slechts aas eten
om vergeten doden knagend te gedenken

Uit: van de maltentige losbol, 1994

Dit verhaal is een ‘imitatio’ van de verhalen uit ‘Ik maak nooit iets mee‘ van Guus Middag

*Marode komt van het Franse woord maraud, dat ‘schelm’ betekent. Volgens Van Dale betekent marode of merode: armoede of gebrek. De uitdrukking ‘in de marode zitten’ betekent: aan lager wal zijn, of in narigheid, moeilijkheden zitten.