Blog Archives

Blogtekst deel IV: coördinerende taken

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’. Deel vier: coördinerende taken

Coördinerende taken

Het werd voor mij ingewikkeld toen ik kinderwerkster met coördinerende taken werd. De constructie van meewerkend leidinggevende was vragen om moeilijkheden. Ik vond het nog steeds dankbaar werk om kinderen een veilige plek en leuke activiteiten te bieden. Stagiaires begeleiden vond ik een feest. Ik zag jonge mensen zich in een jaar tijd ontwikkelen van scholier tot professionele kracht. Roosters maken was op zich een eitje. Vergeet ook niet dat ik al veel ervaring had met kinderen en met groepen en dat ik afgestudeerd was als ontwikkelingspsycholoog.

Als coördinator – ik mocht mezelf geen leidinggevende noemen, daar hoorde een ander salaris bij – was ik vol goede bedoelingen. Ik zou een ‘aardige baas’ zijn. Naast mij werkten enkele vrouwen die een tweede kans kregen op de arbeidsmarkt door middel van een zogenaamde Melkertbaan. Met roosters maken en aardig zijn kwam ik er niet als hun leidinggevende. Wanneer ik aan het begin van een overleg een rondje deed waarbij ik iedereen vroeg hoe het ging, viel er een vijandige stilte. Er was veel gezeur over de roosters. Er waren collega’s die geen middag- of avonddiensten wilden draaien, terwijl die toch eerlijk verdeeld moesten worden.

Ik kon aardig zijn tot ik een ons woog, vanwege mijn dubbele positie werd er toch tegen mij aangeschopt. Ik werd beschuldigd van neerkijken op mensen met Melkertbanen, wat ik echt niet deed. Wel had ik moeite met de vijandigheid. En ik vond het vreemd dat ze op het werk zaten te kleuren, omdat dat therapeutisch zou zijn. Maar ik durfde er niets van te zeggen. Uit deze periode heb ik twee dingen geleerd: de constructie van meewerkend leidinggevende was waardeloos én ik was niet uit leidinggevend hout gesneden. Juist omdat ik zo graag aardig gevonden wilde worden.

 

Blogtekst deel drie: kleine monsters

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Aflevering III: Kleine monsters

Sommige kinderen waren zo beschadigd, dat ze zich gedroegen als kleine monsters. Ze sloegen, beten en krabden. Ik herinner me voor altijd een incident in een speeltuin waar ook andere kinderen uit de buurt kwamen spelen. Eén van ‘onze’ kinderen stond bovenaan de glijbaan op haar beurt te wachten. Het jongetje voor haar schoot niet genoeg op naar haar zin. Daarom beet ze hem keihard in zijn arm. De jongen schreeuwde natuurlijk, hij had een gemene bijtwond.

‘Mevrouw, vindt u dat normaal?’ vroeg één van de volwassen omstanders.

‘Nee, dat is niet normaal,’ zei ik.

Meer kon ik niet zeggen. Ik kon en mocht niet uitleggen dat we recht tegenover een Blijf-van-mijn-lijfhuis zaten en dat dit meisje en haar moeder ernstig mishandeld waren. In het vervolg durfden we het betreffende meisje niet meer mee naar buiten te nemen. Eénmaal dreigde ze mij een stuk stoeptegel naar mijn hoofd te gooien. Toch probeerde ik ook haar zoveel mogelijk kind te laten zijn. Voor de meeste kinderen was Kinderwerk een veilige en gezellige plek. Dat gunde ik ook aan dit zwaar beschadigde kind en dat was niet eenvoudig. Ik vroeg me af, hoe zij verder zou opgroeien.

Solidariteit?

De vrouwen en kinderen bleven meestal een half jaar of langer. Met mijn naïeve hoofd was ik in het begin geschokt wanneer ik merkte dat vrouwen uit verschillende culturen elkaar naar het leven stonden. Er was een groep Marokkaanse vrouwen die ruzie had met een Turkse vrouw omdat ze ‘raar’ was en stonk. Solidariteit? Ammehoela. Dan was ik wel trots op de kinderen die zeiden: ‘Onze moeders hebben ruzie, maar wij spelen gewoon met elkaar.’

Frustrerend vond ik het, dat wij als kinderwerksters ons niet met de vrouwen mochten bemoeien. Het leek mij belangrijk om af en toe een praatje met de moeders van onze kinderen te maken, zodat zij hoorden wat het effect was als zij hun kinderen bij ons dropten en snel wegliepen. Maar de vrouwen waren off-limits, zij vielen buiten onze deskundigheid.


Wordt vervolgd

Blog aflevering II: Kinderwerk

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’

Deel II: Kinderwerk

Op mijn eerste dag bij Kinderwerk in het opvanghuis werd iedereen, bewoonsters en personeel, onthaald op een uitgebreide Surinaamse maaltijd. De adjunct-directeur vertelde mij dat de maaltijd een afscheidscadeau was van een dankbare cliënte. ‘Dit gebeurt niet elke dag, hoor!’ haastte hij zich het feestje te relativeren. Voor mij paste dit in het plaatje dat ik in mijn hoofd had van een goede sfeer en saamhorigheid.

Bij echt warm weer gebruikten we de brandslang om een badje te vullen op de binnenplaats

Stagiaires en Melkertbanen

Voor mijn komst draaide het Kinderwerk op drie stagiares. Zij legden mij de gang van zaken uit. Later kwamen er twee vrouwen bij met Melkertbanen. Dat waren door de overheid gesubsidieerde banen, specifiek gecreëerd om werklozen te helpen weer aan de slag te komen. Het was de bedoeling dat wij kinderwerksters de kinderen veiligheid en een leuke tijd bezorgden. In feite waren we kinderopvang en activiteitenbegeleiding.

In de ochtend was er een peutergroep, na schooltijd kwamen de wat oudere kinderen bij ons, kinderen in de basisschoolleeftijd en af en toe een pubermeisje. Jongens van boven de dertien werden niet in de vrouwenopvang toegelaten. We knutselden, speelden en dansten met de kinderen. Met mooi weer gingen we naar een speeltuin in de buurt en af en toe maakten we een speciaal uitstapje naar de kinderboerderij, Artis of de bioscoop.

Uitstapje naar Artis. De kinderen op de foto’s zijn intussen al lang volwassen

Uit een rottige situatie gevlucht

Sommige kleintjes kwamen huilend en krijsend binnen bij Kinderwerk. Wanneer ze zich er eenmaal veilig begonnen te voelen, wilden ze bijna niet meer weg. Andere kinderen kwamen stil en teruggetrokken binnen en hadden na enige tijd het hoogste woord, of bleken onhandelbaar. De meeste kinderen waren heel gewoon, kinderen. Ze waren alleen net uit een rottige situatie gevlucht met hun moeder. En hun moeders waren niet altijd even goed in staat om voor hun kinderen te zorgen. Zij hadden even tijd voor zichzelf wanneer de kinderen bij Kinderwerk waren. Het kwam voor dat vrouwen hun kind door de deuropening duwden en snel wegliepen, het kind huilend achterlatend. Wij kinderwerksters troostten zo’n kind en vertelden dat mama echt wel terugkwam. Die kinderen waren net het contact met hun vader kwijt, en vreesden ook door hun moeder verlaten te worden.

Wordt vervolgd


Woordvangers – creatief schrijven met kinderen

 

Woordvangers is een naschools programma om kinderen in de basisschoolleeftijd vertrouwd te maken met creatief schrijven. Creatief schrijven is een heel andere vaardigheid dan foutloos spellen of netjes schrijven.
Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 proeven
Kinderen vanaf groep vier leren aan de hand van zintuiglijke ervaringen te schrijven over hun eigen beleving. Een meisje uit groep vier van de Linnaeusschool uit Amsterdam Oost schreef bijvoorbeeld naar aanleiding van een smaak:

het was vies en het was
bruin en me tanden werden bruin
me tong werd bruin
en me gezicht werd rood haha
haha

Ook leren de kinderen meer hun fantasie gebruiken bij het schrijven. Dat betekent dat ze zelf dingen mogen verzinnen die niet per se echt gebeurd hoeven te zijn. Een meisje uit groep vijf koos drie woorden: Taxsi, paars en pen. Daarmee bedacht ze deze korte tekst:

ik zag een taxsi
maar geen normale
een paarse en er
was een grote pen
erop

Het gaat hier duidelijk niet om de juiste spelling of grammatica, maar juist om de vrijheid en de levende taal van het kind zelf.

Het is niet altijd eenvoudig om jonge kinderen aan het schrijven te krijgen, maar met prikkels die de nieuwsgierigheid en fantasie stimuleren én met wat aanmoediging leren de kinderen originele teksten te schrijven. Aan het einde van het programma op de As Siddieqschool in Amsterdam Noord schudde een meisje uit groep zes een heel lied uit haar mouw.

Woordvangers As Siddieq Lied Fatima

Ter afsluiting houden de kinderen een presentatie waarbij ze hun eigen teksten voorlezen en/of posters maken met bestaande en eigen teksten. Dan blijkt hoeveel zij spelenderwijs hebben opgepikt.

Woordvangers As Siddieq Ik heb geleerd

Hieronder staan nog wat foto’s die ik nam bij Woordvangers in Amsterdam-Oost en -Noord. In Oost krijgen de kinderen na afloop een diploma van de Talententent.

Wilt u ook creatief schrijvende Woordvangers op uw school? dan kunt u voor de naschoolse activiteit contact opnemen met Stichting Wijsneus (Amsterdam Noord) of Dynamo (o.a. Amsterdam-Oost). Ik wil het programma ook graag binnen schooltijd (onderschools) geven. Hierover kunt u contact opnemen met mijzelf, Mevrouw SchrijfTaal.

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 poster

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 poster2

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 aardige juf

Woordvangers voor WordPress Linnaeusschool gr4 diploma

Natuur en Taal






Met veel plezier verzorg ik het naschoolse programma Natuurtalenten op basisscholen in Amsterdam Noord. Mevrouw Schrijftaal zou mevrouw Schrijftaal niet zijn, als ze geen taal in de activiteit zou stoppen. Zoals bijvoorbeeld bij het zaaien van letters met tuinkerszaad. Malletjes maken had wel wat voeten in de aarde. Een meisje riep verbaasd: ‘Moeten we mannetjes maken?’ Met geduld en nog meer uitleg lukte het toch.
Soms maak ik werkbladen om aan de hand daarvan een onderwerp te behandelen. We praten erover en de kinderen schrijven enkele woorden en zinnen op het blad. Over planten schreef een meisje (klik op de afbeelding om die groter te maken):





Een ander meisje tekende het zo:





Natuurlijk wordt er niet alleen binnen geknutseld. Buiten ontdekken de kinderen wat de natuur rondom hun school te bieden heeft. Ze vinden bodemdiertjes, tellen vogels, snuffelen aan planten en nog veel meer. Aan het einde van het blok Natuurtalenten hebben de kinderen een stapel bladen verzameld, waarmee ze hun eigen natuurboek samenstellen.

Zet je plezier op papier






`Zet je plezier op papier´ is een naschools programma waarin kinderen uit groep 3 t/m 6 op een speelse manier kennismaken met creatief schrijven. Het gaat daarbij niet om spelling en grammatica, maar om het prikkelen van de fantasie en een speels gebruik van de taal. Afgelopen vrijdag, 8 maart 2013, startte deze activiteit voor de derde keer op een basisschool in Amsterdam Noord. Eerst gingen de kinderen op zoek naar letters en woorden in de ruimte om hen heen, daarna deden ze een rijmspel. Op kleurige briefjes stempelden ze tenslotte hun naam. Daaronder schreven ze een onderwerp om over te schrijven, of een ander ideetje. Die ideetjes zitten nu in een grote pot. Bij de volgende lessen gaan we steeds een briefje trekken. Het ideetje zal in die les verwerkt worden. Een van de meisjes stopte na afloop van deze eerste les het onderstaande briefje in mijn hand. Dat belooft veel goeds voor de komende lessen!





Ik geef ‘Zet je plezier op papier’ in opdracht van Stichting Wijsneus.

Juf groet naschools de dingen



Juf groet naschools de dingen


Dag klaslokaal met digibord
hallo nieuwe gezichten
dag wijsneuzen en schatjes


Dag juf
wat gaan we doen vandaag?
dat ga ik stráks vertellen
eerst koekjes en wat drinken


Dag omgevallen beker


Hier is potlood
hier papier
juf, heeft u ook gum?
dag grappige foutjes


Naar: Marc groet ‘s morgens de dingen van Paul van Ostaijen