Ooit, een wollig gedicht

 

Ooit

In deze zee van wol
laat ik me leiden
door die kleine kapitein
die keffer die bevelen geeft
braaf golf ik mee van rechts
naar links en terug naar rechts
het lam rukt ongeduldig
aan mijn spenen

Ik, die beter weet
sta niet aan wal
maar midden tussen
slaapwekkend blatende
weigenoten

De draden in mijn brein
breien onzichtbaar
een averechts patroon

Ooit word ik ram
of schaapshond
ik blijf niet meegaan
met de eb en vloed
van scheepswol


Kort verhaal: Dood gevonden worden


Dood gevonden worden

Ik maak nooit iets mee. Behalve vorige week donderdag. Ik zat in nachtgoed en ochtendjas op de bank, toen er hard werd gebeld. Vlug probeerde ik op te staan, maar bleef met mijn voet haken in het groene fleece-dekentje dat over mijn benen lag. Nadat ik mijn voet vrij geworsteld had, deed ik open. Er stonden vier mensen, een daarvan hield een camera op mij gericht, een andere hengelde met een microfoon. Ik hield mijn ochtendjas stevig dicht en vroeg me af of ze konden ruiken dat ik mijn tanden nog niet had gepoetst.

‘Goeiedag, wij zijn van Man Bijt Hond en we doen een onderzoekje in deze buurt,’ zei de voorste van de vier, een veertiger met donker glimmend haar. Zijn mond stond een beetje scheef.

‘Man Bijt Hond? Echt?’ Ik dacht dat die alleen mensen overvielen rond etenstijd, maar alles op televisie is gelogen, dus het kon waar zijn.

‘Ja echt. Het gebeurt namelijk steeds vaker dat mensen weken dood in hun huis liggen zonder gevonden te worden…’

‘Nou, steeds vaker…’ zei ik, ‘dit soort berichten hoor ik al heel lang.’ Een blonde paardenstaart reikte mij een Spits! aan met daarop een enge foto van een dode man bij zijn computer. De gratis krant kopte: ‘Jimbo83 zit drie weken dood achter zijn computer. Geen van zijn driehonderd internetvrienden heeft iets gemerkt.’

‘Internetvrienden zijn geen echte vrienden, dat weet iedereen toch?’ Zei ik droog.

‘Denkt u dat zoiets hier ook zou kunnen gebeuren?’

‘Ik weet het niet, hier houden de mensen elkaar behoorlijk in de gaten. Ik heb de sleutel van die buurvrouw en van die buren die nu drie weken op vakantie zijn. O jee, en dat zeg ik nu zomaar voor de camera.’ Ik schrok omdat ik dacht aan de serie inbraken van de afgelopen tijd.

‘Als iemand overdag de gordijnen dicht heeft, zou u dan gaan kijken wat er aan de hand is?’

‘Nee hoor, ik heb zelf ook weleens overdag de gordijnen dicht. Ik houd van uitslapen, zoals jullie zien.’ Toen werd de glimmerd een beetje gemeen. Hij wierp een blik in mijn tuintje en zei: ‘Daar is al een tijd niks aan gebeurd. Komen mensen dan kijken of alles in orde is?’ Afgemeten zei ik: ‘Ik heb een halfwilde tuin. Dat is een bewuste keuze en daar geniet ik van. Er is een ander probleem dat speelt in deze buurt, er wordt veel ingebroken…’ Voor dat onderwerp was Man Bijt Hond niet gekomen.

‘Bedankt voor de medewerking. U heeft leuke dingen gezegd. Misschien wordt het uitgezonden. In april of zo.’ De buren zijn dan gelukkig al lang terug van vakantie. Terug op de bank bedacht ik dat ik misschien wel op televisie kom, in april of zo, in mijn dikke beige ochtendjas, met ongekamde haren. Ik moet toch eens eerder opstaan en me dan meteen aankleden. Voor als er aangebeld wordt

Nu nog even een gedicht. Het is van mijn favoriete dode dichter, Lucebert. Hij heeft me zelden teleurgesteld. Ik sloeg zijn verzameld werk open en vond een gedicht over bijtende honden die uit hun bek stinken. Er komen ook vergeten doden in voor, dus dat komt goed uit.

marode*

het is niet zo dat ik honden haat
maar wel stinken de heren kwalijk uit hun bek
toch zondig voel ik mij nadat ik ben gebeten
zijn zij in de woestijn wellicht miskende
boetprofeten die slechts aas eten
om vergeten doden knagend te gedenken

Uit: van de maltentige losbol, 1994

Dit verhaal is een ‘imitatio’ van de verhalen uit ‘Ik maak nooit iets mee‘ van Guus Middag

*Marode komt van het Franse woord maraud, dat ‘schelm’ betekent. Volgens Van Dale betekent marode of merode: armoede of gebrek. De uitdrukking ‘in de marode zitten’ betekent: aan lager wal zijn, of in narigheid, moeilijkheden zitten.


Juf groet naschools de dingen



Juf groet naschools de dingen


Dag klaslokaal met digibord
hallo nieuwe gezichten
dag wijsneuzen en schatjes


Dag juf
wat gaan we doen vandaag?
dat ga ik stráks vertellen
eerst koekjes en wat drinken


Dag omgevallen beker


Hier is potlood
hier papier
juf, heeft u ook gum?
dag grappige foutjes


Naar: Marc groet ‘s morgens de dingen van Paul van Ostaijen

Moeten



Moeten


Het kleed hangt over
de tafel staat op
poten maken indruk
op het kleed


Kijk: daar hoort hij
te staan, de tafel


Laat dat
rusten


Vezels mogen terugveren
als gras met madeliefjes


24 september 2011




Wie is Mevrouw SchrijfTaal?


Ik werd op 18 maart 1960 ingeschreven in het Bevolkingsregister van Rotterdam als Wilma van den Akker. Tegenwoordig woon ik in Tuindorp Oostzaan, een dorpje in Amsterdam Noord.

Wat doet Mevrouw SchrijfTaal?
Ik ben gek op schrijven, dichten en op het doorgeven van plezier in schrijven en dichten. Daarom organiseer ik schrijfgroepen en workshops, voor grote en kleine mensen die ook graag creatief schrijven en dat beter willen doen. Vaak gaat het in eerste instantie al om ‘doen’. Door middel van speelse oefeningen help ik je op gang en voor je het weet heb je iets geschreven waar je blij mee bent. Deelnemers aan mijn schrijfgroepen geven elkaar zorgvuldige feedback. Deze feedback of dit commentaar zijn bedoeld om van te leren, niet om elkaars werk de hemel in te prijzen, of -erger- af te kraken. Van alle schrijfgroepen en cursussen worden boekjes gemaakt, zodat iedereen na afloop een tastbare herinnering heeft met daarin een of meer teksten van eigen hand. Nieuwe groepen en workshops worden hier aangekondigd.

Achtergrond
Mevrouw SchrijfTaal neemt een flinke rugzak aan ervaring en studie mee, onder andere een studie Onderwijspsychologie en ervaring met diverse vormen van groepswerk, docentschap en hulpverlening. Ik werkte met kinderen, geneeskundestudenten en met slachtoffers van huiselijk geweld. En al heel lang schrijf ik daarbij. Wat daarvan gepubliceerd is, zal ik vermelden onder ‘Nieuws’ en/of ‘Publicaties’. Sinds januari 2010 staat ‘SchrijfTaal’ ingeschreven als eenmanszaak. In september 2011 begon ik aan de opleiding Docent Creatief Schrijven (DOCS) bij ScriptPlus, om een nog betere schrijfdocent te worden.

Recept
Deze korte kennismaking wil ik afsluiten met mijn recept voor geluk en schrijverschap:


Kort verhaal ‘Het gat in de berg’ in boek Levenslef

Een kort verhaal van mijn hand, getiteld ‘Het gat in de berg’ werd onlangs gepubliceerd in het boek Levenslef.

Levenslef  is ‘een ode aan iedereen die de levenskunst verstaat in de val een nieuwe toekomst te ontdekken’. Het bevat elf levensverhalen en negen gedichten, aangevuld met zeven ‘stromende’ waterfoto’s. Met deze 11/9-opbouw en de datum van publicatie verwijst initiatiefnemer La Scuola, naar de bijzondere gebeurtenissen op 9/11. De levensverhalen vertellen van de persoonlijke tegenslag die de schrijvers moesten incasseren en hoe zij daardoor weer sterker in het leven kwamen te staan. Hun worsteling is herkenbaar alledaags en kan daarom ook anderen inspireren.

De negen gedichten zijn van dichter Margriet van Bebber. Als La Scuola-mentor begeleidde zij de elf auteurs bij de eindredactie van de verhalen. Fotograaf Gerard Oonk verbeeldt met zijn verstilde beelden de levensstroom waaruit de schrijvers van Levenslef blijken te putten. De Witte Uitgeverij uit Leiden maakte er een goed verzorgde uitgave van. Stef Bos leidt de verhalen in met speciaal voor ‘Levenslef’ geschreven poëzie: in voorzichtige woorden toont hij zijn respect voor de opmerkelijke verhalen.

Wil je jezelf het boek Levenslef cadeau geven of weggeven aan mensen die wel wat ‘Lef’ kunnen gebruiken of dat juist hebben getoond?

Dit is de bestelinformatie:
‘Levenslef’ kost € 19.95
ISBN 978-94-6107-086-9
Te bestellen bij de boekhandels, Bol.com, De Witte Uitgeverij in Leiden en bij de academie voor levenskunst


Het schuurt wel





Het schuurt wel


Bij voorkleur blauw
in verband met het interieur
je zit wel vast
aan zo’n donkergroen lapje


Niet geschikt voor baklagen
wel voor de rest
van de vaat, van glazen tot borden met
gestolde gesmolten kaas


Aardappelovenschalen
de rvs gootsteen (al zal dat wel krassen
geven. Wie kan het wat schelen?
Mijn moeder misschien, maar ik ben
mijn moeder niet of toch een beetje
dat schuur je er niet zomaar af)


Niet vaak genoeg de oven en
het gasfornuis, resten kattenvoer
op de keukenvloer
kaarsvet van het tafelblad


In de laatste levensfase
ook losgelaten op bril
en porselein


1 september 2011