Nee zeggen – een gedicht


Nee zeggen

Tja, ik zou je graag helpen
Maar eigenlijk heb ik geen tijd
Ik moet nog boodschappen doen
Mag ik er even over nadenken
Heb je nog iemand anders
op het oog?

Een andere keer misschien
Ik ben bezig met de boekhouding
Het bed moet nog opgemaakt
De tuin winterklaar

Liever niet
Het is niet mijn sterkste kant
Niet mijn grootste hobby
Niet mijn specialisme, nee

Eh … nee?
Nee dank je
Nee hoor
Nee zeg, kom
Nee, zeg
Nee

Nee, nee en nog eens nee!
Heb je me niet verstaan?
Ik zei toch nee!


Met dank aan Frans Terken, een aardige man die bot nee kan zeggen


Naar zee – gedicht


strandkinderen 1


Naar zee

Op een winderig perron naar zee
verlangen, wedden dat die anders is
weg van het scherm, laat de kou
langs je vel vliegen, voeten afrollen
landen op steen en zand, wedden?

Aan de Geversweg staat
een kaartjesautomaat
voor onze kostbare natuur
denken dat je een specht hoort
klopt niet, is een helikopter
die pokpokpok zegt

Verdwuinen in de dalen door leugenachtige paddestoelen
die zwart op wit kilometers liegen dat hun hoed barst
maar ik zal verdomme dat zand tussen mijn tenen voelen

Aan zee is het verschrikkelijk
mooi. Zilver op de golven, wolken
mensen en schelpen verspreid
een enkele bakker, een baby speelt
met een vogelveer, wolken groeien
iedereen trekt iets aan en gaat terug

(wat ik hier heb weggelaten omdat het niet geschikt is om in een gedicht te vermelden en niemand dat wil lezen, wie leest er trouwens gedichten maar dat terzijde, zijn de roodgloeidend geschuurde binnendijen die een vrouw van gewicht krijgt als ze lang gaat lopen, zeker als ze zo dom is om in een rokje te verdwalen. De enige oplossing in mijn tas was labello, dat hielp even. Verder had ik goed voor mezelf gezorgd hoor, een flesje water, boterhammen en een banaan meegenomen)


Ik ben gek – gedicht



druppel waslijn

Ik ben gek
Mijn hersenpan is lek
Tussen twee zonnestralen
Ga ik pijpenstelen halen

Mensen rennen
Naar binnen
Schapen schuilen

Ik druip, op mijn knieen
Zie ik licht
Spattende fonteinen
Doorgestreepte struiken

Ja ik ben gek
Wie van druppels geniet
Verdient dat het giet




De plaat poetsen – column

 

De plaat poetsen

Ik werk aan een roman, al jaren. De wereld is daarvan op de hoogte, dat helpt. Als de wereld weer eens informeert hoe het met de roman gaat, geef ik een omschrijving van het punt in het trage proces waarop ik op dat moment ben. ‘Ik heb nu drie delen en ik twijfel nog over een vierde deel, een epiloog. Of ik werk er nog een verhaallijn doorheen.’ Opdat ze mij geloven. Dat ik echt aan een roman werk.
‘Heb je al een uitgever?’ vragen ze soms.
‘Nee, die stap heb ik nog niet durven zetten. Ik wil eerst een complete versie hebben.’

De zomer is gereserveerd voor het werk aan dit boek. Dat wil niet zeggen, dat ik vanaf vakantiedag één braaf aan mijn bureau zit om pagina’s toe te voegen. Eerst poets ik de plaat. Ik ruim opgehoopte lesmaterialen op, bevrijd het huis van kattenharen en miljoenen van de miljarden huishoudbacteriën, plant bietjes in de tuin, wandel en maak foto’s van licht op water. Mijn excuus: ‘Ik schrijf met licht.’

In mijn tweede jaar op de kunstacademie leerde ik bij grafische technieken de letterlijk ‘de plaat te poetsen’. Als voorbereiding op het echte etsen in een koperen plaat moesten we deze eerst schuren, polijsten en met brasso poetsen tot die op een spiegeltje leek. Daar kon ik uren mee bezig zijn, in gedachten fantaserend over de prachtige ets die er uiteindelijk van zou komen. We werden hierbij geholpen door een werkplaatsassistent, want de grafiekdocent was ‘m gesmeerd. Die hield zich liever bezig met zijn collectie mooie artistieke meisjes. Omdat mijn etsen en het onderwijs tegenvielen, ben ik in dat tweede jaar van de academie vertrokken.

‘Doe eens wat nuttigs’

Aan die tijd heb ik wel een gedeeltelijk ontwikkeld kunstenaarsoog overgehouden. Als dochter van een metaalbewerker waardeer ik het ambachtelijke deel van grafisch werk. Er is ook een arbeiderskinderstemmetje dat altijd zeurt: ‘Doe eens wat nuttigs!’ Later heb ik als loonslaaf in de Welzijn geleerd dat je productie moet leveren, meetbaar in minuten en in uitgestroomde cliënten.

Nu er geen manager meer in mijn nek hijgt, bestraf ik mezelf aan het begin van een schrijfperiode. Dan moet ik eerst afscheid nemen van lessen voorbereiden, groepen en klasjes, van schrijven in opdracht en van de boekhouding. En ik moet de strenge interne criticus paaien. Het is wél nuttig wat ik doe, het is voorbereiding, omschakelen van de lesgeef- naar de schrijfmodus. Ik moet mezelf steeds opnieuw toestaan om langzamer te leven, uit te slapen – een doodzonde! – doelloos te kuieren en de omgeving met mijn half ontwikkelde kunstenaarsoog waar te nemen. Om een uur naast een sloot te staan voor een impressionistische foto van een waterhoentje. Om teksten te schrijven die niet in het boek passen, stomweg omdat ze in me komen opborrelen. Het is allemaal voorbereiding op dat andere, echte werk.

De komende dagen ruim ik mijn huisje verder op, behandel de poezen tegen vlooien en teken, sproei nog een keer de tuin, stop onder- en bovengoed in fietstassen en leg de laptop erboven op. Dan poets ik de plaat, naar een schrijfhuis, waar ik echt aan dat vierde deel van die roman ga werken, of aan die extra verhaallijn.


Verwerking des vaderlands – gedicht




Verwerking des vaderlands

Ik vind het nog te vers
voor woorden

De minister president ziet
Er persoonlijk op toe
Dat de daders gestraft worden

Nu al een gedicht
Columns
Een menigte meninkjes

Ik vind het nog te vers
Alle woorden zijn vals

We moeten leren
Zwijgen




Als tekstschrijver voer ik graag opdrachten uit


Zoekt u een ervaren tekstschrijver, die zorgvuldig is en betrokken bij haar werk? Mevrouw Schrijftaal werkt graag in opdracht.  Ik geloof in goed overleg en prettig samenwerken met opdrachtgevers. Opdrachten geven richting en inhoud aan mijn werk. Als hoogopgeleide met brede interesse schrik ik voor weinig onderwerpen terug. Uw vraag is mijn uitdaging. Indien gewenst verzorg ik ook beeldmateriaal.

Herinneringsboek

In september 2014 verschijnt een reeks herinneringsboeken: ‘Wij van Jaargang …’ De Duitse uitgeverij Wartberg bracht eerdere series van deze jaargangboeken uit in Duitsland en Frankrijk. Nu komt er een elfdelige reeks uit in Nederland. Ik schreef de jaargang 1965 aan de hand van foto’s uit persoonlijke en collectieve archieven. Het was een nostalgisch genoegen en een uitdaging om tekst en beeldmateriaal bij elkaar te zoeken en te combineren.

voorbeeldfoto jaren 60

Familieleden na mijn doop in 1960 (deze foto verschijnt niet in het boek)

Interviews en nieuwsbrieven

Ik ben een ervaren interviewer. Mijn opleiding als psycholoog en werkervaring in de vrouwenopvang hebben van mij een goede, actieve luisteraar gemaakt. Ik kan daardoor de essentie van een gesprek helder op papier zetten. In het verleden tekende ik een aantal verhalen op van mishandelde islamitische vrouwen. Deze zijn gepubliceerd in een jaarverslag van de vrouwenopvang.

Onlangs werkte ik samen met Yoeke Nagel aan een jubileumboek voor een vereniging. Mijn bijdrage bestond uit een tiental korte interviews en foto’s. Als amateurfotograaf schiet ik heel aardige portretten. Ook voor nieuwsbrieven interview ik en lever desgewenst foto’s.

Ymere informeert dec 2013

Voorbeeld nieuwsbrief (foto aangeleverd)

Recensies en Klassiekers

Uit liefde voor de poëzie schrijf ik al vele jaren recensies en besprekingen van klassieke gedichten voor literatuursite Meander. De laatste recensie staat hier. Stiekem droom ik van andere poëzietijdschriften als opdrachtgevers.

Contactinformatie

Voor afspraken en tarieven kunt u contact opnemen met wilma@schrijftaal.org, telefoon: 06 – 4630 7175


Haar zaak, gedicht van een cursist bij de Schrijven Online Academie

Haar zaak

Er rinkelen schroeven in de winkel. Kasten
worden gemonteerd, lampenkappen ingevlogen
met de snelheid van het licht. Armaturen
arriveren en de kroonluchter hangt goed. Als de vloer
gezogen is, geven de lampen zonlicht
in haar eigen zaak

Er rinkelen bellen in de winkel. De eerste
klanten komen. Ogen strelen armaturen, handen
lampenkappen. De kroonluchter lacht en sprankelt
boven haar. Ze ziet de mensen verder lopen, misschien
morgen lampen kopen. Ze laat ze branden
voor haar goede zaak

Er rinkelen munten in de winkel. Het is alleen
het tellen van de kas. De armaturen buigen. Er loopt een
klant tussen de lampenkappen. Door de kroonluchter
verblind, vraagt hij waar de HEMA is. Haar lach verdampt,
naast de lampen valt er schaduw
in haar stille zaak

Er rinkelen scherven in de winkel. Na duizend
lege dagen worden lampenkappen winkeldochters,
armaturen materialen. De kroonluchter liegt dof een lach.
In de totale leegverkoop slaat de laatste klant
een aanbieding af. Dan doven een voor een de lichten
in haar verloren zaak

Naam van de dichter bekend bij Mevrouw SchrijfTaal
Het betreft een deelnemer aan de cursus ‘Gedichten Schrijven’ bij de Schrijven Online Academie

Read more »

Ik wil een paard! Een theatraal sprookje


Onlangs schreef ik in opdracht een theatraal sprookje over een prinsesje en een minipaard. Het sprookje is met veel succes opgevoerd tijdens een expo in Belgie. Er komt nog een filmpje, met muziek van Ardispark, Jos Geluk. Karina Verougstraete van Stal Zeewinde stuurde alvast wat foto’s.

voorstelling minipaardje

voorstelling minipaardje2


Zwaartekracht zuigt




Zwaartekracht zuigt

De beeldhouwdocent met zijn zware
Amerikaanse accent. Ik verstond
Zwarte Kracht

Sinds die tijd denk ik er diep
In mijn zelfgegraven kuil
Over na

Een tegenkracht, een mechaniek
Dat helpt bij het opstaan
Een bedkantelmachine, een hand
Die ervan weerhoudt
Om terug te gaan

De Witte Kracht?
Windje mee, papa’s hand
In mijn rug bij het fietsen?

Maar nee, je wint het niet
Van de zwaartekracht.

4 maart 2014




Botervloot, kort verhaal


Botervloot I

Ze moet en zal iets voor me kopen op de Grote Markt van Rotterdam. Tegenstribbelen heb ik al jaren geleden opgegeven. ‘Ik heb nog een botervloot nodig,’ zeg ik.
‘Is dat alles?’
Ik kan niets anders bedenken. Bij een kraam met tweedehands spullen zie ik er een, rond, van aardewerk, met niet al te lelijke bloemetjes. Made in Czechoslovakia.
‘Deze is goed.’
‘Weet je het zeker? Wil je niet verder zoeken?’
‘Nee hoor, deze is prachtig,’ lieg ik maar een klein beetje.
Ik probeer ook al jaren niet meer zelf te betalen. Dat ontaardde steevast in hetzelfde schijngevecht. Zij rekent af, de botervloot verdwijnt in mijn tas.
‘Dankjewel, ma, ik ben er blij mee.’
‘Echt?’

Bij een andere kraam staan roestvrijstalen, rechthoekige botervloten. Ze koopt er een, en stopt die in mijn handen.
‘Dan heb je er in ieder geval genoeg.’
Ik vind hem lelijk, maar dat zeg ik niet.
‘Ze moet en zal iets voor me kopen,’ zeg ik tegen de marktkoopman.
‘Mooi toch? Dat is nou moederliefde.’
‘Bedankt ma.’ Een zoen op haar wang.

Vandaag viel er iets van het aanrecht af en brak. De aardenwerken botervloot. Het was of er een erfstuk brak, verdomme. Ik neem de roestvrijstalen in gebruik.

botervloot

Botervloot II

Zijn ogen vallen dicht. Er zakt een rozige schil uit zijn mond.
‘Jan, doe dat nou niet,’ roept mijn moeder, ‘je bent je bovengebit ook al kwijt. Doe in je mond!’
Hij schrikt wakker, zijn ogen schieten vuur.
‘Je hoeft niet meteen als een heks boven me te gaan staan!’
‘Je gebit viel uit je mond, pa,’ zeg ik.
Ma weidt uit: ‘Ik ben al drie weken op zoek naar zijn bovengebit. Zal die ook wel hebben laten vallen, net als zijn portemonnee. Morgen gaan we de schuur maar eens uitkammen.’
Ik verander van onderwerp.
‘Weet je wat er laatst gebeurd is? Die stenen botervloot is kapot gevallen. Zonde. Gelukkig heb ik die roestvrijstalen nog.’
Haar ogen lichten op.
‘Ik heb er nog een voor je.’
‘Daar zeg ik het niet voor hoor.’
‘Nee, maar ik heb er nog een van ons oude servies. Die mag je hebben.’
Ze duikt in de kast en haalt een botervloot tevoorschijn die ik echt mooi vind. Gebroken wit met gouden randjes.
‘Weet je zeker dat je daar vanaf wilt?’
‘Nee,’ zegt ze bestraffend, ‘maar je mag hem hebben.’
De botervloot en het deksel gaan verpakt in keukenpapier in een plastic tasje.

Later, wanneer ik in de gang mijn jas aantrek om naar huis te gaan, legt ze haar wijsvinger over haar lippen en moffelt een briefje in mijn hand. Vijftig euro. Ik omhels haar.
‘Bedankt ma. Bedankt voor alles.’