Gedicht: Black Sky White – ik wil je huid voelen


Black Sky White – ik wil je huid voelen

Je bent kleiner dan in werkelijkheid, daardoor
Lijk je groter dan in werkelijkheid, mijn vingers
Missen je aanraking, mijn oog
Trekt naar een trechter, een mens
Verdwijnt

Maar je komt er wel uit hoor
Het is minder erg dan het lijkt. In zo’n gat
Verdwijnen we allemaal wel eens, ons lichaam
In de grond, zaad in de baarmoedermond
In een wormgat alsof je sterft

Van buitenaf lijkt het erger omdat een mens
Je hand weigert
Je komt er wel uit, hè?
De zwaartekracht zuigt harder

Van binnenuit lijkt het erger omdat die kracht
Harder trekt dan je wil. In de tussentijd
Doe je wat je kunt, blauw zien
En goud. In dat kader wil ik je huid voelen
Je moet gewoon aan iets leuks denken
Kijk maar: daarachter is de lucht wit

Het lijkt erger dan het is
Je komt er wel weer uit toch?
Toch?

En hoe ruik je eigenlijk?


Gepubliceerd in: De Vallei XXIII
De volledige publicatie staat hier als pdf.

Samenstelling Antoinette Sisto
V.u. François Vermeulen
Een Eigen-Zinnige uitgave oktober 2014
Beeldend werk: Els Brouwer


Verkeerd begrepen – over schrijfopdrachten


Ze schrijft razendsnel, de tafel schudt mee tijdens de les. Bij het inleveren van het huiswerk verontschuldigt ze zich omdat ze teveel geschreven heeft, en omdat ze denkt dat ze de opdracht verkeerd heeft begrepen. ‘We zullen zien,’ zeg ik en: ‘je kunt altijd nog schrappen.’ Een andere cursist komt met een stukje van drie regels en zegt erbij dat het nog niet af is. Een derde heeft de opdracht echt verkeerd begrepen en zegt: ‘Zo had je het ècht gezegd, hoor!’

Natuurlijk moet je als schrijfdocent heel duidelijk zijn in je opdrachten, dat hoort bij het vak. Zelf ben ik iemand die na een halve instructie aan de slag gaat en zich weinig aantrekt van de details van de opdracht. Dat is mijn leerstijl – ik ben een echte doener – wat tot gevolg heeft dat ik vaak moet herschrijven en veel moet schrappen. Als beginnend docent moest ik er even aan wennen dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft. Er zijn cursisten die heel precieze instructies nodig hebben om te kunnen beginnen, echte denkers en afwegers. Daar werd ik eerst ongeduldig van, ik ervoer het als weerstand. ‘Hup aan de slag!’ dacht ik en zei ik, zeg ik nog weleens. Door ervaring en scholing heb ik die verschillende stijlen leren kennen. Ik houd er rekening mee door opdrachten op verschillende manieren aan te bieden en bouw vaker tussenstappen in bij oefeningen. Als iemand een opdracht niet goed heeft begrepen, verontschuldig ik me. ‘Ik ben misschien niet helemaal duidelijk geweest.’

Ik ben er ook achter gekomen dat er altijd verschillen in interpretatie zijn, hoe duidelijk ik ook ben met de instructies. De een komt na de opdracht om een scène met dialoog te schrijven met een toneeltekst aan, de ander met een verhaal van drie kantjes. Is dat erg? Nee! Dat maakt het vak van schrijfdocent juist zo leuk. Zoveel cursisten, zoveel opvattingen van een opdracht. Zoveel verschillenden teksten om van te genieten. Zender en ontvanger doen allebei de helft van het werk! Dat geldt voor schrijvers en lezers, maar ook voor docenten en cursisten.


Wij van jaargang 1965 – een herinneringsboek


doos boeken

 

De bewijzen van mijn schrijverschap stapelen zich op. Vandaag ontving ik de doos met exemplaren van het herinneringsboek, dat ik schreef in opdracht van uitgeverij Wartberg. Lees ook de post over schrijven in opdracht.

Het is een feestje om zo’n doos open te scheuren, na een periode van hard werken en daarna een periode van wachten terwijl anderen hard werken aan de vormgeving en andere productiefasen. Het resultaat is prachtig: een stevig en glanzend boekwerk met harde kaft en heel veel afbeeldingen. Ik wil hier nog een keer iedereen bedanken die mij geholpen heeft bij het vinden van passende foto’s. En verder moet je het boek natuurlijk gaan kopen of bestellen, bijvoorbeeld hier. Ik maakte alvast een paar kiekjes van het binnenwerk.

 

0 tot 2 jaar

kattenkwaad

strakke spijkerbroeken

 

Interviews en portretfoto’s in jubileumboek

 

scan boekje agora


Het aantal schrijfopdrachten groeit. Kortgeleden hielp ik Yoeke Nagel bij het schrijven van een jubileumboek voor Agora, de landelijke vereniging voor coördinatoren van vrijwilligerswerk. Voor dit boek interviewde ik een aantal coördinatoren en een ambassadeur van vrijwilligerswerk. Ook maakte ik de foto’s bij de interviews.



portretfoto en gedeelte van een interview



Zoek je iemand die goed kan interviewen en gelijk portretfoto’s kan maken? Ik doe het graag! Neem contact op met wilma@schrijftaal.org


Op een feest – gedicht


Op een feest


Er kwamen mensen
Er was niemand
Om mee te praten
Er was muziek
Er was geen muziek
Om op te dansen
Er was eten
Er was geen voeding
Er was drank
Er was niets
Om op te drinken
Er werd gelachen
Er viel niets
Te lachen

We gingen naar huis
Het was mooi geweest


*Dit is een fictief feest, dus niemand hoeft zich aangesproken te voelen.


Nee zeggen – een gedicht


Nee zeggen

Tja, ik zou je graag helpen
Maar eigenlijk heb ik geen tijd
Ik moet nog boodschappen doen
Mag ik er even over nadenken
Heb je nog iemand anders
op het oog?

Een andere keer misschien
Ik ben bezig met de boekhouding
Het bed moet nog opgemaakt
De tuin winterklaar

Liever niet
Het is niet mijn sterkste kant
Niet mijn grootste hobby
Niet mijn specialisme, nee

Eh … nee?
Nee dank je
Nee hoor
Nee zeg, kom
Nee, zeg
Nee

Nee, nee en nog eens nee!
Heb je me niet verstaan?
Ik zei toch nee!


Met dank aan Frans Terken, een aardige man die bot nee kan zeggen


Naar zee – gedicht


strandkinderen 1


Naar zee

Op een winderig perron naar zee
verlangen, wedden dat die anders is
weg van het scherm, laat de kou
langs je vel vliegen, voeten afrollen
landen op steen en zand, wedden?

Aan de Geversweg staat
een kaartjesautomaat
voor onze kostbare natuur
denken dat je een specht hoort
klopt niet, is een helikopter
die pokpokpok zegt

Verdwuinen in de dalen door leugenachtige paddestoelen
die zwart op wit kilometers liegen dat hun hoed barst
maar ik zal verdomme dat zand tussen mijn tenen voelen

Aan zee is het verschrikkelijk
mooi. Zilver op de golven, wolken
mensen en schelpen verspreid
een enkele bakker, een baby speelt
met een vogelveer, wolken groeien
iedereen trekt iets aan en gaat terug

(wat ik hier heb weggelaten omdat het niet geschikt is om in een gedicht te vermelden en niemand dat wil lezen, wie leest er trouwens gedichten maar dat terzijde, zijn de roodgloeidend geschuurde binnendijen die een vrouw van gewicht krijgt als ze lang gaat lopen, zeker als ze zo dom is om in een rokje te verdwalen. De enige oplossing in mijn tas was labello, dat hielp even. Verder had ik goed voor mezelf gezorgd hoor, een flesje water, boterhammen en een banaan meegenomen)


Ik ben gek – gedicht



druppel waslijn

Ik ben gek
Mijn hersenpan is lek
Tussen twee zonnestralen
Ga ik pijpenstelen halen

Mensen rennen
Naar binnen
Schapen schuilen

Ik druip, op mijn knieen
Zie ik licht
Spattende fonteinen
Doorgestreepte struiken

Ja ik ben gek
Wie van druppels geniet
Verdient dat het giet




De plaat poetsen – column

 

De plaat poetsen

Ik werk aan een roman, al jaren. De wereld is daarvan op de hoogte, dat helpt. Als de wereld weer eens informeert hoe het met de roman gaat, geef ik een omschrijving van het punt in het trage proces waarop ik op dat moment ben. ‘Ik heb nu drie delen en ik twijfel nog over een vierde deel, een epiloog. Of ik werk er nog een verhaallijn doorheen.’ Opdat ze mij geloven. Dat ik echt aan een roman werk.
‘Heb je al een uitgever?’ vragen ze soms.
‘Nee, die stap heb ik nog niet durven zetten. Ik wil eerst een complete versie hebben.’

De zomer is gereserveerd voor het werk aan dit boek. Dat wil niet zeggen, dat ik vanaf vakantiedag één braaf aan mijn bureau zit om pagina’s toe te voegen. Eerst poets ik de plaat. Ik ruim opgehoopte lesmaterialen op, bevrijd het huis van kattenharen en miljoenen van de miljarden huishoudbacteriën, plant bietjes in de tuin, wandel en maak foto’s van licht op water. Mijn excuus: ‘Ik schrijf met licht.’

In mijn tweede jaar op de kunstacademie leerde ik bij grafische technieken de letterlijk ‘de plaat te poetsen’. Als voorbereiding op het echte etsen in een koperen plaat moesten we deze eerst schuren, polijsten en met brasso poetsen tot die op een spiegeltje leek. Daar kon ik uren mee bezig zijn, in gedachten fantaserend over de prachtige ets die er uiteindelijk van zou komen. We werden hierbij geholpen door een werkplaatsassistent, want de grafiekdocent was ‘m gesmeerd. Die hield zich liever bezig met zijn collectie mooie artistieke meisjes. Omdat mijn etsen en het onderwijs tegenvielen, ben ik in dat tweede jaar van de academie vertrokken.

‘Doe eens wat nuttigs’

Aan die tijd heb ik wel een gedeeltelijk ontwikkeld kunstenaarsoog overgehouden. Als dochter van een metaalbewerker waardeer ik het ambachtelijke deel van grafisch werk. Er is ook een arbeiderskinderstemmetje dat altijd zeurt: ‘Doe eens wat nuttigs!’ Later heb ik als loonslaaf in de Welzijn geleerd dat je productie moet leveren, meetbaar in minuten en in uitgestroomde cliënten.

Nu er geen manager meer in mijn nek hijgt, bestraf ik mezelf aan het begin van een schrijfperiode. Dan moet ik eerst afscheid nemen van lessen voorbereiden, groepen en klasjes, van schrijven in opdracht en van de boekhouding. En ik moet de strenge interne criticus paaien. Het is wél nuttig wat ik doe, het is voorbereiding, omschakelen van de lesgeef- naar de schrijfmodus. Ik moet mezelf steeds opnieuw toestaan om langzamer te leven, uit te slapen – een doodzonde! – doelloos te kuieren en de omgeving met mijn half ontwikkelde kunstenaarsoog waar te nemen. Om een uur naast een sloot te staan voor een impressionistische foto van een waterhoentje. Om teksten te schrijven die niet in het boek passen, stomweg omdat ze in me komen opborrelen. Het is allemaal voorbereiding op dat andere, echte werk.

De komende dagen ruim ik mijn huisje verder op, behandel de poezen tegen vlooien en teken, sproei nog een keer de tuin, stop onder- en bovengoed in fietstassen en leg de laptop erboven op. Dan poets ik de plaat, naar een schrijfhuis, waar ik echt aan dat vierde deel van die roman ga werken, of aan die extra verhaallijn.


Verwerking des vaderlands – gedicht




Verwerking des vaderlands

Ik vind het nog te vers
voor woorden

De minister president ziet
Er persoonlijk op toe
Dat de daders gestraft worden

Nu al een gedicht
Columns
Een menigte meninkjes

Ik vind het nog te vers
Alle woorden zijn vals

We moeten leren
Zwijgen