Blog aflevering XIII: In het begin was het een puinhoop

 

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.

Deel XIII: In het begin was het een puinhoop

Poten in de modder

Als maatschappelijk werker Begeleid Wonen in de Vrouwenopvang moest ik vooral ‘materiële’ hulp geven: voorrang aanvragen op de woningmarkt, op zoek gaan naar een advocaat, opvoedingsondersteuning en schuldhulpverlening regelen enzovoorts. Gelukkig ben ik geboren in de handen-uit-de-mouwenstad Rotterdam. Werken met de poten in de modder was voor mij geen probleem. Ik combineerde mijn vermogen om te luisteren met het opstellen van werkplannen. Eén probleem tegelijk bij de staart pakken, dat werkte het best.

Ik was trots op mezelf omdat ik via een lange omweg toch een baan had gevonden met enige verantwoordelijkheid en een redelijk salaris. Met 28 uur werken verdiende ik ongeveer 1700 euro in de maand.  Wij werkten samen met de politie, onder andere met de buurtregisseur. Dat was de nieuwe naam voor het ouderwetse begrip ‘wijkagent’. Ik hoorde dat politiemensen nog een stuk minder verdienden dan maatschappelijk werkers. Daar schrok ik van, want dienders stonden nog veel dieper met hun poten in de modder dan wij.

Aanhoudend gebel

Het pand én het team van Begeleid Wonen waren helemaal nieuw. Er moest nog het één en ander uitkristalliseren. Dat is managementtaal voor: het was een puinhoop. Er was nog geen receptionist. Ook was er geen hallofoon geïnstalleerd. Als er iemand aanbelde schelde dat door het hele gebouw. Niemand voelde zich geroepen om de deur open te maken, en de aanhoudende beller won. Onnodige stress bovenop het pittige werk. Uiteindelijk werd er opengedaan door degene die het dichtst bij de voordeur was. Dan stond daar iemand met een lastige vraag of met een pakje waarvoor getekend moest worden door een bewoonster. Vaste werkplekken hadden we niet, want het ‘flexen’ was net ingevoerd. Bureaus en computers moesten gedeeld worden, dus als je vergat uit te loggen kreeg je ruzie met de collega die na je kwam. Irritaties bovenop de dagelijkse stress.

IJkprofielen

Verder stelden de wet en de zorgverzekeraars steeds strengere eisen aan de hulpverlening. Formeel moesten de vrouwen gelabeld worden met psychiatrische problematiek om de hulp vergoed te krijgen. Een leugenachtige formaliteit, want mishandeld worden heeft niets met psychiatrische problemen te maken. Slechts een gedeelte van de bewoonsters in de Vrouwenopvang had óók psychiatrische problemen.

 

Mishandeld worden is geen psychiatrisch probleem

Een leugenachtig label

 

Er werden ijkprofielen opgesteld, bedoeld als hulpmiddel bij de indicatiestelling. Excuses voor het vreselijke jargon. Ik zie de mappen met ijkprofielen nóg voor me. Ze stonden bovenop de dossierkast. Persoonlijk heb ik die mappen nooit aangeraakt. Iedere cliënt, pardon ieder mens is uniek. Niemand past in een standaardprofiel. ‘Het is maar een hulpmiddel’ hoor ik de leidinggevende nog zeggen. Een nutteloos hulpmiddel.

IJkprofielen, gestandaardiseerde dossiers met keurmerk – na een uitgebreide audit – het was allemaal bedoeld om de schijn van kwaliteit op te houden, voor buitenwereld en subsidiegevers. Het had niets met de inhoudelijke kwaliteit van ons werk te maken. Ik spreek in de verleden tijd omdat ik al weer tien jaar weg ben uit de hulpverlening.

Wordt vervolgd

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *