Blogtekst deel V: naar de telefonische afdeling

 

Blogtekst over de achtergrond van mijn roman ‘Een veilige plek’.
Deel vijf: naar de telefonische afdeling.

Overspannen 

Privé ging er ook iets mis. Ik werd zelf verliefd op een foute man. Na een korte tijd van ophemelen begon hij me te kleineren, met name als hij had gedronken. Ook gaf hij af op mijn werk in de vrouwenopvang. ‘Allemaal mannenhaters daar,’ waren zijn woorden. Door de moeizame werk- en privé-omstandigheden raakte ik overspannen en kwam enige tijd in de ziektewet. 

De relatie liep stuk. Ik dook letterlijk onder bij vriendinnen, gelukkig hoefde ik geen beroep te doen op de vrouwenopvang.  Het management ging met mij in gesprek over reïntegratie. Ik gaf aan dat ik graag op de telefonische afdeling wilde werken. Tenslotte had ik ervaring opgedaan bij de hulplijn Vrouwen Bellen Vrouwen. Na een gesprek met de leidingevende van die afdeling kreeg ik mijn zin.

De interne training verliep op rolletjes en ik was betaald telefonisch hulpverleenster. Eindelijk had ik weer een baan die in de buurt kwam van mijn niveau van opleiding. Op het gebied van vrouwenonderdrukking was ik nu ervaringsdeskundige. De signalen waren achteraf overduidelijk. Dat zou mij geen tweede keer gebeuren. Ik kon mij beter verplaatsen in de vrouwen die belden en hen op de voortekenen wijzen.

 

Ik glom van trots omdat ik was overgeplaatst naar de telefonische afdeling

 

In die tijd bestond het telefonische werk in de vrouwenopvang uit het bedienen van twee hulplijnen: De Eerste Lijn, waarop vrouwen belden voor hulpgesprekken die meestal gingen over seksueel geweld, én het Meldpunt Vrouwenopvang, waarheen vrouwen of betrokkenen belden die een plek zochten in de opvang. Later kregen wij meer taken, zoals het doen van telefonische en face-to-face intakes voor verschillende opvanghuizen. 

De Eerste Lijn was een aflopende zaak, een erfenis van een fusie uit het verleden. Wel vonden daar de meest interessante gesprekken plaats. En de meest bizarre. Tot de vaste belsters behoorden vrouwen die leden aan de omstreden Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS). Zij konden binnen één gesprek switchen van de ene naar de andere alternatieve persoonlijkheid of ‘alter’. Zo had ik op het ene moment een redelijk klinkende volwassen vrouw aan de telefoon en het andere moment een angstig kind of een venijnig kreng. De stoornis wordt niet door alle deskundigen erkend, maar het overschakelen tussen verschillende alters kwam op mij en mijn collega’s zeer realistisch over.

DIS kan ontstaan na zeer ernstig misbruik, meestal in groepen of zelfs sektes. Als overlevingsstrategie ‘leert’ het slachtoffer, het kind, te dissociëren. Het is een manier om afstand te nemen en min of meer te ontsnappen aan de situatie. Ik moet daarbij denken aan bijna-doodervaringen waarbij mensen van buitenaf naar zichzelf kijken. De alters weten niet van elkaars bestaan af, er zijn blijkbaar barrières tussen de verschillende afsplitsingen. De vrouwen die belden naar de hulplijn, beschreven die episodes als blackouts.

(Wordt vervolgd)

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *